"Ik durf niet naar Carglass omdat ik bang ben dat Kenny van de reclame daar echt werkt"

26 mei 2021
Reclamespotjes proberen krampachtig gesprekken om gesprekken zo normaal mogelijk te doen klinken. Maar zelden slagen ze daarin. Bas Birker, nochtans zelf geen held in normale sociale interactie, zag onlangs één frappant voorbeeld waarover hij zich graag buigt in zijn middagjournaal voor 'Nieuwe Feiten'.

Liefste landgenoten,

Klein geheimpje. Van nature ben ik helemaal niet sociaal. Mijn interacties met soortgenoten zijn gebaseerd op aangeleerd gedrag. Ik heb door de jaren heen begrepen wat er van mij wordt verwacht bij small talk.

‘Zeg, als je toch bezig bent, was mijn auto dan ook even, buurman!’
‘Dat was een heerlijk Antwerps bananenbrood, buurvrouw. Wat zat erin? Coke?’
‘Wat een weer, hè! Ik zeg altijd; beter mijn gazon droog en mijn vrouw nat dan andersom. Ik zen nogal ne keirel se.’

U hoort het. We lachen wat af in de straat. En langzaam ben ik dat gaan waarderen. Wat een jaar huisarrest niet doet met een mens. Dagelijks drink ik rond vijven een biertje op mijn stoepje en groet ik de mensen. Ik aai hondjes, terwijl ik een kattenmens ben. Instemmend knik ik mee als de overbuur zijn complottheorieën uit de doeken doet en ik neem gulzig de laatste roddels over hem door met de rest van de straat.

Nooit, maar dan ook echt niemals, never, jamais, zal het in mij opkomen een gesprek te beginnen met de zin, ‘hey buurman, ik zie dat je een alarm hebt laten installeren.’ Nóg onwaarschijnlijker is het dat hij een blik werpt op zijn gevel, schrikt van het reclamepaneel dat daar ineens hangt en antwoordt, ‘ja, de kinderen zijn steeds vaker alleen thuis. Ik kan het zeker aanraden.’

De kans dat ik hem begripvol knikkend van repliek dien met de woorden ‘Je hebt gelijk, ik ga het direct regelen’ is helemaal onbestaande. Soms creëert reclame een droomwereld, zoals bij auto’s en parfum. Vaak vertelt het een verhaaltje: ‘Mannekes. Ja, vader. Ik heb iets nodig. Allee, dat is nèt in de aanbieding! Kom, we gaan naar Gamma.’ Vaak is reclame herkenbaar. ‘Ah, voetschimmel, ik ruik het al.’

Maar wat voor commercial je ook maakt, er is één regel: gebruik nóóit echte mensen. Als ik een sterretje in mijn voorruit heb, durf ik niet naar Carglass, omdat ik bang ben dat Kenny van de reclame daar echt werkt. Wat ik eigenlijk wil zeggen: Als je dan toch Peter en Roger van marketing wil laten acteren, maak dan tenminste je verhaaltje geloofwaardig.

‘Hey buurman, ik zie dat je geen alarm hebt laten installeren!’
‘Ja, de kinderen zijn steeds vaker alleen thuis, dus die kunnen best een oogje in het zeil houden. Ik kan het echt aanraden.’
‘Je hebt gelijk. Ik ga niks doen.’

Ik ben zeker dat ik van die reclame een beter gevoel zou krijgen bij het bedrijf. Of toch tenminste pretty sure.

Lees ook: