De ene ontsnapte aan de Holocaust, de ander is de zoon van een nazi

22 februari 2019
Dieter Tielemans
Koenraad Tinel en Simon Gronowski zijn beiden kinderen van de oorlog. Koenraad was 8 jaar, Simon 11 toen de oorlog uitbrak. Met één groot verschil: terwijl Simon met een gele ster op zijn mouw naar school moest, kwamen de Duitsers bij de Tinels thuis om piano te spelen en bier te drinken. Simon verloor zijn familie in de concentratiekampen, Koenraad kon nooit in het reine komen met het leed dat zijn familie de Joden had aangedaan. 60 jaar later werden ze beste vrienden...

De twee mannen noemen elkaar broer, en toch kennen ze elkaar nog maar enkele jaren. Beeldhouwer Koenraad Tinel had een lezing gegeven over zijn oorlogsverleden, toen hij kennismaakte met Simon Gronowski. Ze babbelden urenlang. "We begonnen te spreken en zijn niet meer gestopt. Het was ongelooflijk."

Gedeeld verleden

Ze delen een oorlogsverleden. De ene als Joodse jongen in Brussel, de andere als zoon van een Vlaamse Nazi. Een verleden dat hen tot op vandaag glashelder bijblijft: "Het was een zonnige dag, met een stralend blauwe lucht, toen ik de vliegtuigen voor het eerst hoorde bombarderen.", zegt Simon Gronowski. Van de ene dag op de andere werd de lederwarenwinkel van zijn ouders een 'Jodenwinkel' en werd hun inboedel in beslag genomen. "Ik verdrukte dat als kind, vluchtte in mijn eigen wereld. Dat lukte vooral bij de scouts. Ik was een welpje, verzamelde alle badges, ..." 

Maar het noodlot is ongenadig: de kleine Simon wordt samen met zijn moeder op een trein gezet richting Ausschwitz: "Ik wist niet dat ik op weg was naar mijn executie. Maar mijn moeder wel. Zij heeft ervoor gezorgd dat ik uit de trein kon ontsnappen. Het was een mirakel."

De Poolse zoutmijnen...

Ook Koenraad Tinel kwam al vroeg in aanraking met de Shoah: "Vanaf mijn vijf jaar kreeg ik pianoles van een vriendin van mijn moeder: Betty Galinskaya, een Oekraïense Jodin. Ze was streng, maar rechtvaardig, en ik had haar graag. Ik moest spelen met een kwartje op mijn handen, die mochten er niet af vallen." Tot Betty plots niet meer kwam: "Als kind stel je geen vragen, maar na de oorlog hoorde ik dat Betty 'gestorven was in de zoutmijnen van Polen'. Maar dat is natuurlijk niet waar. Ze is vergast in Ausschwitz."

"De Nazi's hebben mijn zus en moeder vergast, mijn vader is gestorven aan een gebroken hart.", zegt Gronowski. "Waarom? Mijn vader en moeder hebben nooit iets misdaan. Ze dachten alleen aan hun kinderen. Ze stierven gewoon omdat ze Joden waren.."

Zwart pak, dolk, revolver

Dat de twee mannen vrienden zijn geworden, is op z'n minst verwonderend te noemen. Bij Koenraad Tinel thuis was Hitler namelijk een halfgod. "Mijn vader, die had Hitler ingeslikt. Mijn broer was bij de Waffen SS. Die zat in Oekraïne. Mijn andere broer zat bij de inlichtingendienst van de SS. Dan kwam hij naar huis met zijn zwarte pak, met een dolk, een revolver, ... En dan lag ik wakker, omdat ik schrik dat ze hem iets aan zouden doen, hem zouden vermoorden. Of dan droomde ik over de verhalen die hij vertelde. Wat hij gevangenen aandeed..."

Een boodschap van liefde

Simon zweeg zestig jaar lang over zijn verleden. Uit schuldgevoel zegt hij: "Waarom zijn zij er niet meer, en ik wel?" Maar hij zwijgt niet meer. De laatste jaren praat hij er meer dan ooit over, samen met Koenraad. Ze geven lezingen aan jongeren en maakten allebei een boek over hun verleden. Om te verwerken, maar ook om hun ervaringen te delen. Simon Gronowski vat het mooi samen op het einde van het gesprek:

"Vandaag breng ik een boodschap van hoop en geluk. Omdat jongeren moeten weten dat het leven mooi is. Ondanks de tragische gebeurtenissen van gisteren, en die van vandaag, bewaar ik mijn geloof in de toekomst. Mijn vaderland België, is niet antisemitisch. Leve de vrede en de vriendschap onder de mensen!"

Herbeluister de repo