"Ik heb de voorbije maanden moeten vaststellen hoe Vlamingen verschrikkelijk graag zagen, neuten, betweten en klagen"

31 mei 2020
Instagram Thomas Siffer
Thomas Siffer woont in Italië, het Europese land dat het hardste getroffen werd door Covid-19. Maar misschien ook wel het land dat het waardigst is omgegaan met die hele crisis. Thomas eert de Italianen met zijn column.

Hebben jullie daar ook zo mee moeten lachen? Met die titel die een tijdje geleden in De Morgen stond? Ze werd ferm gedeeld op Facebook en Twitter. Wacht, ik lees ze even voor. Hier komt ie. "Mensen die alleen in de auto zitten met een mondkapje op. Zijn dat dezelfden die een condoom omdoen als ze alleen in bed liggen?" Vonden jullie dat ook zo grappig? Zo'n zielig mannetje alleen achter het stuur met een masker op, en 's nachts met een condoom rond zijn slappe fluit? Het komt uit een column van Jean Paul Mulders. Ik heb die quote best een aantal keren zien passeren op mijn sociale media. Elke keer met een heleboel duimpjes of hartjes eronder. "Mensen die alleen in de auto zitten met een mondkapje op. Zijn dat dezelfden die een condoom omdoen als ze alleen in bed liggen?"

Welnu. Nee. Als ik alleen in bed lig, dan doe ik geen condoom om. Maar als ik alleen in de auto zit, gebeurt het wel dat ik mijn masker op heb. Vanmorgen bijvoorbeeld. Ik moest - na intussen ruim tachtig dagen streng volgehouden quarantaine - bij de hersteller van mijn bosmaaier zijn, dan naar de apotheek omdat mijn vrouw nota bene in het ziekenhuis heeft gelegen, daarna naar de kaaswinkel en tenslotte naar de groentenboer. Onderweg moest ik ook aan de dorpsfontein ons drinkwater halen. En ja, tijdens die trektocht liet ik dus mijn masker op. Niet omdat ik een onnozelaar ben. Maar wel omdat dat niet alleen handiger is, maar ook veiliger - voor mezelf en voor mijn medemensen. Het is niet bedoeling dat ik de hele tijd met mischien intussen besmette vingers aan dat stofje zit morrelen.

Weet je wat het is? Ik woon in Italië. En hier, hier draagt iedereen dat masker al lang. Dat ging vanzelf. Van de ene dag op de andere. En niemand voelde de behoefte daar een ander mee uit te lachen. Geen columnist die iemand omwille van zijn mondmasker afzeikte.

Die titel in De Morgen was symptomatisch voor een groter probleem. Ik heb de voorbije maanden vanuit Italië moeten vaststellen hoe Vlamingen verschrikkelijk graag zagen, neuten, betweten, klagen en over het algemeen malcontent zijn. Met die Covidcrisis zijn de symptomen alleen maar duidelijker geworden.

Ik weet het, ik kan beter zwijgen. Ik maak mezelf niet sympathiek. Als ik hier begin te zagen over hoe Vlamingen zagen geworden zijn ben ik ook een ferme zaag aan het spannen.

En bovendien, de absolute meerderheid van de Vlamingen is oké. Ik heb vrienden die nog elke avond muziek maken voor de straat, in hun handen klappen voor de verplegers en inkopen doen voor elkaar. De meerderheid van de mensen houden zich voorbeeldig en graag aan de richtlijnen.

Ja, we moeten kritisch zijn. Ja, we mogen vragen stellen. Maar wat deed een massa Vlamingen op mijn sociale - en in de algemene media? Klagen. Verongelijkt zijn. Ze waren grotere virologen dan Van Ranst en betere beleidsmensen dan de hele regering, al die individuele klagers met hun eigen kleine overtuiging die toeterden dat wie de maatregelen opvolgde domme slaven waren. Ik bijvoorbeeld. Ik, met mijn masker en mijn slappe fluit.

En dat alles gebeurde onder het mom van 'Ik ben een vrije denker' en 'Ik ben een onafhankelijke geest'. Nee. Je bent voornamelijk een mekkeraar. Een eeuwige klager die nog altijd dat flauwe excuus gebruikt dat Vlamingen altijd onderdrukt zijn geweest, en daarom nooit doen wat de machthebbers hen vragen.

Ik weet dat ik nu ook een serieuze boog aan het spannen ben, maar hier in Italië is de sfeer helemaal anders. Sluit een keer de ogen - tenzij je achter het stuur zit - en denk een keer een seconde na over wat je denkt van Italianen? Mmm? Hoe zou je een typische Italiaan omschrijven? Zijn karakter? Zijn gedrag? Luid, met veel gebaren. Juist. Grappig, charmant, sympathiek, sociaal. Ook waar. Maar je denkt ongetwijfeld ook dat het flierefluiters en plantrekkers zijn, filou's en bandieten die zich niet aantrekken van wetten en voorschriften. Nee?

Welnu. De Italianen, mijn vrienden, het volk waar ik nu tien jaar tussen mag leven, die hebben zich vanaf dag één als een blok achter de maatregelen geschaard. De Italianen lagen onder vuur van dat virus maar ze reageerden positief. Zij zijn het die begonnen met muziek maken op balkons en applaudisseren in de straat. De ouders hingen de nationale driekleur aan de gevel, met daarnaast de regenboog die op een laken werd geschilderd door hun kinderen. 'Tutto andra bene', was de nationale slogan. Alles komt goed. Schouder aan schouder in de storm. 

En de absolute meerderheid hield zich aan de regels. Direct. Zonder gemakshalve dwars te liggen, zonder goedkoop commentaar. Want de grootouders waren in gevaar. Dus hielden de Italianen braaf afstand, schuifelden ze geduldig de supermarkt binnen en gingen ze niet bij elkaar op bezoek. Geen lockdownfeestjes, geen barbeques, geen gezeik hier in mijn dorp. En iedereen, iédereen, droeg vanaf dag één dat mondmasker, desnoods zelfgemaakt.

En in de Italiaanse pers? In de pers was er commentaar, hoera, maar ik heb geen hippe columnist gespot die meesmuilend schreef hoe lachwekkend zo'n Thomas Siffer wel is achter het stuur van zijn auto met zijn mondmasker op.

Dus ik ben blij dat ik hier mag wonen. Blij omdat het Italiaanse volk zoveel positiever dan zoveel Vlamingen heeft gereageerd op een toestand die ernstig is, maar niet hopeloos.

 

Beluister zijn column:

Lees en beluister meer: