"Ik kan het zien als compliment, maar ik voel chagrijn"

12 februari 2019
© Tom Cornille
Ook deze week blogt Annemie Peeters. "Een week of wat zijn we ver met fifty-fifty en het overdonderend succes mag blijken uit het feit dat de eerste copycat zich meldt."

(*): fifty-fifty: project van Annemie Peeters met bedoeling vijftigers op de andere kaart dan de stereotiepe te zetten, omdat vooroordelen alleen maar zorgen voor bestendiging van achterhaalde situaties

Een week of wat zijn we ver met fifty-fifty (*) en het overdonderend succes mag blijken uit het feit dat de eerste copycat zich meldt.

Hij heet Jan Briers. Hij is 65 en hij wordt de eerste opvolger van Pieter De Crem op de Oost-Vlaamse Kamerlijst. De man staat in de krant en mag het uitleggen. Dat hij voor CD&V kiest. Dat hij een partij kiest, überhaupt. Dat hij geen vrouw is. Dat hij zijn schoenen niet gepoetst heeft. Dat hij zijn hemd niet dichtknoopt. Dat hij niet jong is.

Alle antwoorden zijn oninteressant. Behalve het laatste.

Dat hij het uitgerekend heeft, zegt hij. Dat in de Kamer maar 3% van de parlementsleden 65-plussers zijn. Dat ‘we’ wel 20% van de bevolking uitmaken. En dat dus ‘onze’ leeftijdsgroep ondervertegenwoordigd is.

Een mooi pleidooi. Maar de woorden van Briers zijn létterlijk afgekeken van en overgeschreven uit het Mission Statement van fifty-fifty! Hij heeft één vijf door zes vervangen. 

Jazeker, het is op een manier het recht van iederéén, om zijn eigen zelfhulpgroep te beginnen. Ik kan het zien als compliment, hoe zeer wij inspireren. Maar ik voel chagrijn. Straks draaien we dol in een opbod van niet- minder- minst-meetellen! 

Wij waren wel eerst, wij vijftigplussers!!

Het is te zeggen: na de vrouwen. Na de mindervaliden. Na de gekleurde medemens. Vast ook na vluchtelingen en asielzoekers.

En na de grote maten ook nog.

En de zeldzame ziekten.

Maar dan staken wij onze vinger op.

65-plussers hadden maar wat vroeger moeten opstaan.

In mijn maandagkrant is er à propos geen sprake van ondervertegenwoordiging. Van rolstoelgebruikers misschien, zo te zien bij snelle telling, maar van vijftigers noch zestigers: Bert Anciaux staat daar al even prominent op pagina 8, naast Briers op 9. 

Je kan een spelletje ‘zoek de zeven verschillen’ met hen spelen en er met gemak twintig vinden. Binnen de minuut. Naast ‘haar en geen haar’, en ‘bruinverbrand en rozig’, zit ‘m het grootste verschil in de blik, want in de boodschap.

Briers kijkt mijn keuken in met een hé-ik-ben-nu-ook-boegbeeld-van-een-leeftijdsgroep-blik.

Anciaux bijt op zijn onderlip; hij is definitief boegbeeld-af, hij trekt zich terug uit de politiek.

Hij is alsnog geen 65. Anciaux is 59. Maar dat hij de jeugd een kans wil geven, zegt hij.

Ik zou hem moeten willen omarmen. Hem zeggen je mag bij mijn fifty-fifty-club en zelfs als VIP, want je draagt me daar één van de prangendste thema’s aan, die ik dringend op de radio moet (en zal) bespreken: “Hébben vijftigplussers eigenlijk plaats te maken? Zo ja: says who?? En zo nog eens ja: wààr moeten ze dan naartoe? Gezien ze niet allemààl eerste opvolger kunnen worden?

Misschien is het zelfs een idee om de hér- en de post-politicus samen in mijn radio-studio uit te nodigen, begin maart.

Er is één zin op pagina 8 die mij van het verse plan doet afzien. Dat hij nog wel eens senator wil worden, zegt Anciaux, als de partij dat wil tenminste.

Anciaux stapt uit de politiek. Senatoren zijn dus géén politici. Wat zijn senatoren dan wél?

En moet er voor dié minderheid niet dringend ook een actiegroep?

Lees ook: