"Ik mocht plots mijn eigen taal niet meer spreken op de speelplaats"

4 december 2017
Leen Decin is professor sterrenkunde aan de KU Leuven. Ze voelt zich nauw betrokken bij het nieuws van vorige week, dat anderstalige leerlingen in het GO!-onderwijs niet langer gestraft zullen worden als ze hun moedertaal spreken. Leen moest toen meteen denken aan haar eigen schooltijd.

Leen Decin komt uit West-Vlaanderen en ging daar dus ook naar school. "Ik sprak altijd West-Vlaams." Maar in het derde leerjaar veranderde ze van een dorpsschool naar een stadsschool. "Plots was ik gebuisd. We werden namelijk ook gequoteerd op het spreken van het Algemeen Nederlands, toen nog het ABN." En Leen sprak op de speelplaats geen AN, maar wel haar West-Vlaamse dialect. 

Waarom mocht ik geen dialect spreken, onder mekaar, op de speelplaats? Waarom moest dat plots een 'beschaafde' vorm zijn?

Leen vindt het wel belangrijk dat je het AN stimuleert, maar de andere taal zou niet verboden mogen worden, vindt ze. "Waarom zou je je moedertaal niet even mogen spreken op school?" Ze geeft daarbij het voorbeeld waarbij het ene kind het niet verstaat. "Waarom zou een ander kind met dezelfde moedertaal, dat het wél verstaat, dat niet even mogen uitleggen?" Volgens haar kan dat het welbevinden van het kind enkel maar bevorderen.

"Het welbevinden is ook van belang in deze discussie. Natuurlijk moeten we stimuleren dat het Nederlands wordt gesproken, maar bekijk het ook omgekeerd: ik ken kinderen die drie talen spreken. Ik vind dat geweldig! Ik sta in verwondering voor die kinderen!" 

De aanwezigheid van andere talen op school ziet Leen ook als een rijkdom voor haar eigen kinderen. "Zo komen ze in aanraking met andere talen, andere culturen, en zullen ze misschien ook beseffen dat ze leerlingen met een andere thuistaal wel al eens kunnen helpen. 

 

Lees ook:

Radio 1 Select