“Ik voelde me altijd onoverwinnelijk. Daarna werd ik zelf geconfronteerd met de verpletterende diagnose”

9 april 2019
© Radio 1
Borstkanker is ver van mijn bed, dacht Radio 2-presentatrice Christel Van Dyck altijd. Ze voelde zich onoverwinnelijk. Tot het haar zelf overkwam. Nu is ze zelfs een beetje boos op nonchalante mensen.

In welke mate is 50 worden een keerpunt? Ben je extra op je hoede voor ziekte en verlies? Check en dubbelcheck je je gezondheid meer dan vroeger? Dat was het centrale thema vandaag in ‘Fifty-fifty’.

Ook Christel Van Dyck, presentatrice van ‘De Rotonde’ op Radio 2 deed haar verhaal. Het begon allemaal toen ze 46 was. Enkele maanden daarvoor zat ze nog in het telefoonpanel voor ‘Kom Op Tegen Kanker’, ten voordele van borstkanker. Ze had helemaal niet verwacht dat het ook haar zou kunnen overkomen.

Van Dyck: “Ik voelde me onoverwinnelijk. Er was geen kanker in mijn familie, ik dacht: ik heb goede genen op dat gebied. Maar enkele maanden later werd ik geconfronteerd met de verpletterende diagnose: je hebt het, en je gaat de hele behandeling moeten ondergaan, van chemo tot bestralingen, het hele pakket.” Van een akelig toeval gesproken.

Vijf maanden gewacht

Van Dyck was vrij jong toen ze een eerste screening onderging. “Ik was 44, maar mijn gynaecoloog zei dat ik heel moeilijk leesbare borsten en veel klierweefsel had. Daarom moest ik vroeger een screening laten doen, normaal gezien is dat pas vanaf 50 jaar.”

Die eerste screening was heel goed. Twee jaar later volgde er een nieuwe, in een ander ziekenhuis. Ook die was OK voor de radioloog, al werd Van Dyck gevraagd om de vorige foto’s ook binnen te brengen, zodat men kon vergelijken. “Ik heb daar vijf maanden mee gewacht” geeft Van Dyck toe. “Ik ben nogal nonchalant in dat soort dingen. Ik voelde me onoverwinnelijk, ik was ook nooit ziek” Daarnaast had de radioloog ook niet op urgentie aangedrongen.

Een bijkomende mammografie bleek noodzakelijk, en meteen kwam het bericht dat het niet goed zat. Na ook een MRI en een biopsie, bleek dat men niet borstbesparend kon werken. Van Dyck was dan ook zeer kwaad op de radioloog die het niet meteen gezien had. “In die vijf maanden zouden er uitzaaiingen kunnen geweest zijn. Dat had ik mezelf nooit vergeven. Ik heb drie kinderen, mijn jongste zoon was vijf jaar.”

Ik zou nooit meer zo lang wachten met zoiets, zegt Van Dyck nu. Nu is ze zelfs een beetje boos op nonchalante mensen.

En heeft ze schrik om te hervallen? “Je moet niet in het leven staan met het idee van: ik kan elke dag ziek worden” zegt Van Dyck. De schrik heeft ze altijd weggeduwd. “Ik ging er maar van uit: het wordt een verhaal met een happy end.”

“Ik dacht: wat is dit nu?”

Van Dyck had enige overtuiging nodig om haar verhaal te doen. De eerste jaren vond ze het veel makkelijker om erover te spreken dan nu. “Ik had altijd het gevoel dat ik me sterk moest houden, en héb me ook heel sterk gehouden. Maar toen ik een aantal jaren geleden er een interview over gaf, begon ik plots te wenen.”

Van Dyck: “Ik dacht: wat is dit nu? Heb ik niet genoeg gerouwd misschien? Heb ik het te veel verstopt en te weinig een plaats gegeven? Midden in het proces vond ik het makkelijker om erover te praten dan nu.” Desondanks kwam Van Dyck toch langs bij Annemie Peeters in ‘Fifty-fifty’. “Omdat ik het een belangrijk onderwerp vind om over te praten. Het overkomt zoveel mensen. We moeten allemaal doorheen die weg. Maar iedereen doet het wel op zijn eigen manier.”

Bekijk het gesprek met Christel Van Dyck:

Lees ook: