"Ik voelde me kwetsbaar, maar wat geeft naakt zijn, als het publiek een warm deken is?"

23 februari 2017
Katrijn Van Bouwel (© Carmen De Vos)
MIDDAGJOURNAAL 23/02/2017
Die avond sneeuwde het op het strand. Alsof het schuim van de zee besloten had zich los te weken van de golven, en verder te deinen in de lucht. Het weer speelde Spilliaert, en de duistere dijk werd in vage strepen gewassen inkt. Hoewel ik niet buiten stond, rilde ik toch. Dat had niets met de sneeuw te maken. Het waren de zenuwen, die mijn huid afwisselend kippenvel gaven, en daarna vloeibaar maakten. Steeds weer, als eb en vloed. En zo stolde en smolt ik in de coulissen. 
Zie je, het was de tweede keer dat ik zou voorlezen ‘uit eigen werk’, zoals dat dan heet. Ik was vergeten hoe het was, om nerveus te zijn voor een optreden. Al jarenlang sta ik op podia allerhande- van schouwburgen tot vier lege bakken met een wc deur op. Ik draai daar al lang niet meer mijn hand of maag voor om. Maar nu was ik misselijk. Zou het wel genoeg zijn, die woorden die ik zo zorgvuldig aan het papier had toevertrouwd, of die me mee op sleeptouw genomen hadden, sneller dan ik ze kon opschrijven? Moest ik geen trucjes verzinnen, of dansjes, of mopjes? Als mijn stem op hetzelfde ritme zou trillen als mijn handen, dan voorspelde ik een roemloze redevoering. 
 
Mijn woorden dwarrelden als vlokjes door de ruimte
Katrijn Van Bouwel
Ik keek naar het boek dat ik vast had en dat me opeens vreemd leek- De muze en het meisje. Mijn auteursfoto keek me koel aan. Ik wou mijn tong naar haar uitsteken, maar mijn mond was te droog. 
Ik kwam op, schraapte mijn keel en hief aan “Een mens bestaat voor zestig procent uit water. Ik huil zoveel, dat het geen wonder is dat ik me amper mens voel.” Zodra ik begon te lezen, was het alsof er een stolp boven het publiek en mij gezet werd. Mijn woorden dwarrelden als vlokjes door de ruimte. Wij waren een schudbol en met elke bladzijde die ik omsloeg, werd het tafereel intiemer. We ademden allen in hetzelfde ritme. En met elke zin ontdooide ik meer. Ik voelde me nog steeds kwetsbaar, maar wat geeft naakt zijn, als het publiek een warm deken is? 
Die avond sneeuwde het op het strand. Alsof er niet al genoeg was, om nooit vergeten te worden.