"Ik vroeg me af of ze dood wilde"

17 april 2018
Oude schoolvrienden terugzien, loopt vaak volgens hetzelfde stramien. Je vraagt naar elkaars nieuwe job, misschien een gesprekje over de kinderen en daarna neem je terug afscheid voor de komende vijftien jaar. Maar wanneer Julie Cafmeyer een oude schoolvriendin terugzag, liep het heel anders.

Deze ochtend zag ik een oude schoolvriendin van me terug, Marie. Ze zegt: ’Ik ben vorig jaar opgenomen in de psychiatrie, met een trechter propten ze pillen in mijn mond.’ ‘Hoe ben je daar terecht gekomen?’ ‘Ik was volledig manisch. Eerst was het heerlijk. Er kwamen takken en vlinders uit mijn armen, ik vloog, ik kon de wereld aan. En dan was het te veel. Zonnebril op, oorstoppen in. Ik kon geen enkele prikkel meer verdragen. Ik ben gevlucht uit die psychiatrie. Ze behandelden mij als een gek. Ik moest daar weg. Het is me gelukt: ik stond buiten aan een weiland en kon alleen maar denken: wat nu? Dus hebben ze mij nog een pil gegeven. Nu ben ik weer thuis en gaat het beter. Of ja, beter. Alles is vlak. Zelfs mijn dromen zijn korrelig. Vroeger waren ze kleurrijk en betekenisvol. Nu is alles zo vlak. Ik voel niets meer.’ Ze neemt een hap van één van de 20 smoutebollen die ze zojuist heeft besteld. Ik vraag me af of ze ooit dood wilde. Ze zegt: ’Weet je dat ik 30 kilo ben aangekomen? Echt waar, ik zweer het je, 30 kilo!’ Ik begin nu te lachen, zij lacht mee, we zijn nu allebei heel hard aan het lachen. Zo overschreeuwen we de ongemakkelijke vraag die in de lucht hangt.

Beluister Julies middagjournaal hier: