"Ik werd door vreemden aangestaard alsof ik de grootste rariteit van België ben"

29 augustus 2018
Winne Haenen is transgender. Daar heeft ze niet voor gekozen, dat is zo. Ook voor de starende blikken heeft ze niet gekozen: soms met open mond, totaal onbeschaamd. "Mijn persoonlijkheid verwatert tot trans-zijn en niets anders", schrijft ze in een opiniestuk voor Radio 1. Het kan nochtans anders.

"Publiek bezit"

Deze week was het tijdens onze vakantie weer 2 keer prijs. Weer door vreemden aangestaard alsof ik de grootste rariteit van België ben. Ik ben transgender. Daar heb ik niet voor gekozen, dat ís zo. Je hebt mensen die intelligent zijn, mensen die een natuurlijke schoonheid hebben, … Je hebt dus één of meer eigenschappen of talenten. Dat te hebben is geen keuze, en er iets positief mee doen is de boodschap en dat is voor niemand gemakkelijk. 

Transgender zijn is dus geen keuze, en er iets mee doen in feite ook niet. Dat is, om een mooi Vlaams spreekwoord te gebruiken, “van de moetes”. Van intelligente mensen wordt verwacht dat ze verder studeren en de beste worden in hun vak, van mensen met een natuurlijke schoonheid wordt verwacht dat ze iets met hun schoonheid doen, en een kind dat handig is wordt geacht ingenieur te worden. Eigenlijk wordt van alle mensen verwacht dat ze de specifieke eigenschappen die ze hebben, of die we in hun zien, ook ontwikkelen. Meer nog, als ze dat niet doen wordt erover geroddeld, wordt er schande over gesproken, of geraakt men in een isolement. Annelies uit Sas-van-Gent in Zeeland, dus. Voor transgenders is het net omgekeerd. Als je als transgender één van je aangeboren eigenschappen (de genderexpressiewijziging en/of geslachtswijziging) ontwikkelt wordt er geroddeld, is er (bij anderen) schaamte en riskeer je geïsoleerd te geraken. 

Mijn verandering van geslacht gebeurde pas op latere leeftijd. Toen ik jong was, was er een andere maatschappij en een andere persoonlijke ingesteldheid en situatie. Daardoor moet ik als vrouw helaas leven met mijn initiële mannelijke trekken. Het gevolg daarvan is dat velen naar mij kijken en sommigen naar mij staren. Je hebt kijken en staren, het is het tweede dat storend is : het totaal ongegeneerd met open mond kijken, en dan een stompje naar de mensen ernaast en naar mij wijzen. Pas op, zo frequent is het niet, doch het gebeurt wel op de meest onverwachte momenten : in de supermarkt, als we iets gaan eten, …

De enkele keer dat het gebeurt, draag ik het die dag wel mee. Ik voel me alleszins die dag niet meer een volwaardig mens. Ik kan me daartegen wapenen, een glimlach doet wonderen, maar voor mensen rond mij is dat één grote ellende. Zij worden dubbel geconfronteerd met de gevolgen van mijn geslachtswijziging, éénmaal door mezelf en éénmaal door het ongegeneerd gestaar van anderen. Een enkele keer spreekt iemand mij aan en stelt een vraag, of is het gestaar dermate erg dat ik of mijn omgeving er een opmerking over maak. Je kan in een positief gesprek geraken, maar vaak is het een loze opmerking en hoor je het geroddel achter je rug. Niet aangenaam, weinig respectvol en het reduceert je als mens tot een object of rariteit.

Wat me ook opvalt is dat een outing van transgenderzijn veelal een ticket is voor anderen om zonder enige gêne de meest impertinente vragen te stellen en blijven stellen. Bekende Vlamingen hebben hele verhalen over het feit dat hun privacy te weinig gerespecteerd wordt, maar ze gaan voorbij aan het feit dat ze de aandacht bewust opzoeken en nodig hebben om bekende Vlaming te zijn of te blijven, en vaak voel ik een plaatsvervangende schaamte voor de idiotieën die sommige bekende Vlamingen vertellen in allerlei programma’s en er nog mee weg komen, hoe gevaarlijk de uitspraken ook. Als je je out als transgender staat je een ongewisse toekomst te wachten. Je wordt, net als een bekende Vlaming, voor een zekere tijd gemeengoed. Iedereen heeft wel een verhaal of een mening over jou en/of over transgenders, en brengt die te pas en vooral te onpas te berde. 

En dan die vragen … Het is alsof je als transgender niet alleen je leven moet tentoonspreiden, maar ook je meest intieme zijn. Hoeveel keer heb je seks, gààt dat nog wel, wat voel je (en dat is al een vraag voor de gevorderden), … Doch niet alleen aan jou worden de vragen gesteld, ook aan je omgeving. Als je als transgender al het geluk hebt om je partner te behouden, spreidt de impertinentie zich ook uit over je partner. Je privacy verdwijnt, net als een bekende Vlaming, maar het eventuele voordeel dat deze heeft is er niet bij. Alleen de impertinentie van de vragen blijft over. Als transgender wapen je je er best tegen. Als ik ongepaste vragen krijg, zeg ik gewoon dat men daar geen zaken mee heeft, of ik vraag aan de vraagsteller of hij of zij zijn of haar seksleven openlijk tentoon spreidt. Maar het is en blijft zeer wrang en respectloos, en vooral het feit dat sommigen steeds weer in mijn genderexpressie niet mijn persoonlijkheid zien maar alleen mijn seksualiteit trachten te vinden. Veel mensen hebben een verhaal van transgenders in de verdere vriendenkring of familie, maar slechts enkele hebben een genuanceerd beeld, enkel zij hebben al te maken gehad met transgenders. 

Ik ben een vrouw. Een beetje een speciale vrouw, met wat mannelijke trekken, maar niettemin een vrouw. Echter, als transvrouw ben ik voor sommigen geen volwaardige vrouw of mens. Ik word een object, of publiek bezit, waar men zonder enige gêne mag naar staren, en aan wie men de meest impertinente vragen mag stellen, en waarover men ongezien en ongeremd mag roddelen. Mijn persoonlijkheid verwatert tot trans-zijn en niets anders, en ik word niet langer als volwaardig mens gezien, laat staan dat ik kwaliteiten zou hebben.

Het kan nochtans anders. Binnen ons gezin is er een volledige aanvaarding, en dat is ook het geval op mijn werk en in de ruime vriendenkring. En als ik al in het journaal kom bij een ramp, wordt er niet gemaald over mijn trans-zijn, noch over mijn stem, maar wil de journalist gerichte informatie die hij of zij – terecht – kritisch beoordeelt. Elke journalist die mij een vraag stelt spreekt mij, zonder uitzondering, aan met mevrouw. Maar ik kijk toch uit naar het moment dat het er gewoon niet meer toe doet. Het moment dat men transgender als een normaal gegeven of eigenheid beschouwt. Dat is het moment dat er geen gestaar meer is en ik (en eventueel mijn omgeving) niet meer gereduceerd word tot een rariteit. Dat moment is er nog niet, en zal er maar komen als duidelijk is dat transgender een gegeven is dat in alle lagen van de bevolking voorkomt, en ook niet meer dan dat. In afwachting daarvan kijk ik uit naar goed duiding over transgenders, meerdere transgender rolmodellen en naar transgender specialisten, bij wie het transgender element hoogstens speelt als element van het bewijs dat transgenders geen objecten zijn maar normale mensen, die wel degelijk een kei in hun vak kunnen zijn. Trans-plus dus. Of gewoon experten met een verfrissende blik en een goede uitleg. En zo zijn er genoeg !

Lees ook: