"Ik wil geen wasmand met ‘laundry’ erop"

12 september 2018
Bas Birker komt naar eigen zeggen goed overeen met zijn Vlaamse vriendin. Maar de eeuwige luis in de pels van ieder koppel is een bezoek aan een interieurwinkel. En dat geldt evengoed ten huize Birker. Gelukkig is er nog de vierjarige dochter met diplomatiek talent.

Lieve landgenoten,

Mijn lief en ik maken niet zo vaak ruzie. We tolereren elkaar, hebben het mokken op elkaars nukken al een tijdje opgegeven en zo nu en dan durf ik wel eens spreken van onvoorwaardelijke liefde. Anders was één van ons twee allang vrij onder voorwaarden. Bovendien hebben we geen einddatum afgesproken voor onze relatie en dus is het moeilijk uitrekenen hoeveel één derde daarvan is. De wet-Lejeune geldt pas als je je echt misdragen hebt.

Als wij ruzie maken zijn er twee mogelijkheden. Of er is een groot probleem - In dat geval ben ik meestal de schuldige -, of er is een klein probleem. In dat geval is mijn lief meestal de schuldige en is het haar tactiek om van iets kleins alsnog iets groots te maken. Waardoor ik weer automatisch de schuldige ben.

De inrichting van het huis is een terugkerende bron van onenigheid. Zij wil het volzetten met onzinnige decoratie, want dat is gezellig. Ik houd het liefst zo ruim en leeg mogelijk. Een bijzettafel dient om je glas op te zetten, niet om een toren van presse-papiers, plastic planten en potpourri op te bouwen. Ik wil mijn glas kwijt, geen meerderheidsbelang in de Casa. De discussie van deze week is een wasmand. Zij wil er graag één in een zacht, natuurlijk materiaal om tegenwicht te bieden aan de harde texturen in de badkamer en tegelijkertijd een link te houden met het bamboe van de handdoekenkast. Ik wil een mand voor de was.

Tijdens een bezoekje aan woonwinkel 74 viel mijn lief haar oog op een prima exemplaar. Op één detail na. Er stond ‘laundry’ op. En ik wil geen wasmand met ‘laundry’ erop. Ik weet dat we er de was gaan ingooien, maar ik wil niet dat de mand zegt dat er we er was in gaan gooien. Als ik er paninistickers en slachtafval in wil smijten, dan mag ik dat gewoon. En liefst zonder dat ik dan de was moet gaan zoeken in een mand met slachtafval erop. Ik wil geen wasmand met ‘laundry’ erop, geen pastabord met ‘pasta’ erop en geen theedoos met ‘thee’ erop. Ik weet hoe theezakjes eruitzien en die verrekte dozen hebben een glazen deksel.

Zoals altijd werd het compromis in de winkel gezocht door onze vierjarige dochter. ‘Maar papa, als je dat woordje niet wil zien, dan draai je hem toch gewoon om.’ Een echte Birker zeg ik je. Ge-ni-aal. En zo keerde rust weer terug in ons huis. Of toch zeker tot ik erachter ben wie er macaroni in de rijstpot, rijst in de bloembus en bloem in de macaronipot heeft gestopt. Ik heb toch potdomme niet voor niks op elke bus geschreven wat erin hoort?