Fins onderwijs vaak bejubeld, "maar je kan dat systeem niet zomaar overnemen"

20 januari 2020
Het Finse onderwijs wordt vaak bejubeld. De kinderen krijgen er minder lesuren dan wij, maar ze scoren wel beter in de PISA-peilingen. Ze bewegen meer, en de status van de leraar is er zeer groot. Toch vindt professor Roger Standaert het geen droomsysteem.

"Een onderwijssysteem is altijd een afspiegeling van de maatschappij. Zo heeft het Finse onderwijs als belangrijkste kenmerk een grote sociale gelijkheid. Finland is een zeer egalitaire samenleving, in het onderwijs hecht men zeer veel belang aan sociale waarden. Kinderen moeten samen opgroeien, daarom moeten ze tot 16 jaar samenzitten en dezelfde vakken volgen, iedereen krijgt dezelfde basisvorming (als is er wel differentiëntatie mogelijk). Pas als ze 16 jaar zijn moet er gekozen worden, er zijn twee hoofdlijnen: algemeen secundair onderwijs, en technisch/beroeps. Vanaf dan wordt het onderwijs wel serieus selectiever en is er een tamelijk geleide toegang tot het hoger onderwijs. Voor bepaalde richtingen in het hoger onderwijs geldt een numerus clausus met selectieproeven. In de drie hoogste jaren van het secundair werken ze ook niet langer met een jaarsysteem maar met modules. Je moet een pakket samenstellen, en dat pakket bepaalt je mogelijkheden voor het latere hoger onderwijs. "

"Finnen houden ervan dat kinderen ten minste twee uur per dag bewegen.  Een lesuur is 45 minuten, telkens verbonden met een kwartier speeltijd. Pauzes inbegrepen kom je aan twee uur beweging per dag. En dat is echt buiten spelen, daar doen ze niet flauw over."

'Klassen zijn er ook veel kleiner dan hier. Een klas van 20 beschouwen ze al als te groot. Finnen besteden zeer veel (belasting)geld aan onderwijs, ze kunnen zich dat permitteren."

"De status van een leraar is zeer groot in Finland. Leraars stellen zich zeer sociaal op, omdat ze alle leerlingen over de streep willen trekken."

"Tot ze 12 jaar zijn krijgen leerlingen geen punten. Daarna volgt een systeem waarbij je qequoteerd wordt van 5 tot 10. Er is maar één cijfer voor een onvoldoende: een 4. Maar zo'n 4 is zeer zeldzaam, want men wil iedereen over de streep krijgen. Ook zittenblijven heb je er nauwelijks. Een 8 is een veel voorkomende quotering, want het is een aanmoedigend systeem. Men gebruikt punten niet als een cijfer maar als een communicatiemiddel voor de ouders."

Maar zo'n droomsysteem is het nu ook weer niet, vindt Standaert. "De sfeer in die scholen is zeer relax. Als ik een Finse school bezocht, dacht ik soms dat ik in een scoutsgroep zat. Een zeer ongedwongen sfeer, men spreekt de leraars met de voornaam aan. In onze ogen zou er wat meer discipline mogen zijn. Wij zouden het daar moeilijk mee hebben, met dat informele. Ze scoren dan wel zeer goed op die PISA-testen, maar dat is een basisniveau. Het zou best kunnen dat ze buiten dat basisniveau heel wat minder uitgedaagd worden. Vermits Finnen zo sociaal zijn, willen ze iedereen tot die basis krijgen. En daar slagen ze goed in."

Wat kunnen wij hier leren van Finland? "Onderwijssystemen zijn zo divers als er samenlevingen zijn. Wat daar goed werkt, werkt daarom nog niet hier. Je kan wel veel leren van het buitenland, maar je moet het vertalen naar je eigen cultuur. Bij ons is het onmogelijk om leerlingen samen te houden tot hun 16de en dezelfde basis aan te bieden. Dat maakt hier geen schijn van kans. In Finland staat samenwerking hoger aangeschreven dan competitie. Maar bij ons zit de competitiedrang er heel diep in. We zijn gewoon een andere samenleving."

Lees ook:

Radio 1 Select