"Je moet die warmte blijven bieden, hoe moeilijk je puber ook is"

29 juli 2020
Radio 1
Telidja Klaï is ontwikkelingspsycholoog bij Ketnet. "De puberteit is voor veel jongeren een stresserende periode, waarin hun gevoelens sterk kunnen schommelen."

Puberaal gedrag heeft veel te maken met de neurofysiologie van het brein. De hersenen van een puber zijn nog in volle ontwikkeling. Pas rond de leeftijd van 25 zal hun brein tot volle wasdom komen. Er zijn 3 regio’s in de hersenen die een grote rol spelen in het gedrag van een puber. De amygdala in het midden van de hersenen is verantwoordelijk voor emotieregulatie. Het corpus striatum regelt onder meer motivatie en beloning. De prefrontale cortex staat in voor het rationele denken. “Jongeren beseffen heel goed dat ze iets doormaken en zijn zich ook bewust van hun gedrag, maar hebben nog niet voldoende zelfbeheersing ontwikkeld.”

Puber egocentrisme

Pubers vertrekken heel erg vanuit zichzelf en kunnen moeilijk de dingen in perspectief plaatsen. Ze maken een paar typische denkfouten:

  • De persoonlijke fabel: Ze zien zichzelf als het middelpunt van de aandacht. "Waarom overkomt mij dit weer?"
  • Imaginair publiek: Ze zijn extreem gevoelig voor wat anderen van hen denken.
  • Wit-zwart-denken: Voor een puber is het ja of nee.
  • Naïef idealisme: Mij kan niets overkomen. Ze kunnen moeilijk de consequenties van het eigen gedrag inschatten.

Daarom is het belangrijk hen een beetje te sturen. "Ze moeten leren wat kan en niet kan. Je moet ze een spiegel voorhouden. Duidelijkheid is superbelangrijk in die periode. Als dit gebeurt, dan is dat het gevolg. Geef de grenzen aan, maar geef hen ook een stem in het gezin."

"Je moet ze het statuut van volwassene geven. Pubers hebben ruimte nodig om zichzelf te ontwikkelen. Anders komen ze niet tot hun identiteitsontwikkeling. Je moet hen die warmte blijven bieden, hoe moeilijk je puber ook is. Vanaf het moment dat je geen uitweg meer ziet, is het belangrijk dat je hulpverlening inschakelt."

Lees ook:

Radio 1 Select