“Je zal godverdomme maar hulpverlener zijn in Brussel en élke dag opnieuw die ellende moeten trotseren”

6 januari 2018
Elke zaterdag vraagt De Ochtend iemand om ons zijn of haar held van de week een brief te schrijven. Deze week schrijft regisseur Jan Verheyen een brief aan de Brusselse hulpverleners. "Ik wil mijn respect betonen aan wie bereid is te blijven dweilen in het structurele waterhoofd dat onze hoofdstad is, terwijl de kraan allang uit de muur is gerukt en het water rechtstreeks uit de leiding naar buiten spuit."

Beste Brusselse hulpverlener (m/v),

Doorgaans is een held een individu, één welbepaald persoon die door een doorgaans onbaatzuchtige daad positief, en vaak ook maar tijdelijk, in de kijker loopt. Deze week gaat het over een groep mensen die beroepshalve voortdurend onbaatzuchtige daden stellen, vaak met risico voor zichzelf. Ze lopen daar amper mee in de kijker en oogsten evenveel kritiek als dankbaarheid. Het gaat om de hulpverleners van politie en brandweer in Brussel, een stad die weliswaar geen ‘hell hole’ is, althans niet in vergelijking met pakweg Raqqa, Mosoel, Sanaa of Djoeba, maar die bij momenten wel zijn best doet om er op te lijken.

Er waren eind vorig jaar de herhaalde rellen, en ook afgelopen nieuwjaarsnacht ging straatmeubilair, wat auto’s en zelfs een paar panden in vlammen op. Het begint al een beetje te wennen, want in de nochtans nieuwsarme eerste dagen van het jaar woog het mediatiek niet veel zwaarder dan een faits divers, iets waar al wat vermoeid en met enige tegenzin verslag over werd uitgebracht. Het feit dat politie en brandweer moedwillig met valse alarmen naar plekken in Molenbeek werden gelokt om daar dan met stenen te worden bekogeld, was nochtans nieuw en dus nieuws.

Ik zit dan, als de reactionaire zak die ik blijkbaar ben, thuis te denken: je zal godverdomme maar hulpverlener zijn in Brussel en élke dag opnieuw die ellende moeten trotseren, goed wetende dat de pakkans klein is en de kans op een daadwerkelijke veroordeling nog kleiner. "Ja, maar het is wel die mensen hun werk, ze hebben er zelf voor gekozen, ze worden ervoor betaald", hoor je wel eens. Ah zo? Hebben zij ervoor gekozen om zo goed als dagelijks door meestal minderjarig straattuig te worden beledigd, belaagd, en bekogeld? Staat dat in hun cao misschien?

Ze ondergaan dat allemaal met grote waardigheid en discipline, in tegenstelling tot pakweg hun geüniformeerde collega’s de cipiers die de boel al platgooien als er op weg naar hun werk iemand scheef naar hen kijkt.

Ze worden bovendien kritisch bekeken door een wijde variatie aan actiegroepen, comités, politici en mogen zelden of nooit rekenen op de warme belangstelling van pakweg filmende Waalse broers.

Bij deze wil ik dat dus een heel klein beetje rechtzetten en mijn respect betonen aan al die anonieme Brusselse hulpverleners die in het structurele waterhoofd dat onze hoofdstad is, bereid zijn te blijven dweilen terwijl de kraan allang uit de muur is gerukt en het water rechtstreeks uit de leiding naar buiten spuit.

Daarom, beste hulpverleners, zijn jullie mijn helden van de week.

Grote groet,

Jan Verheyen