“Jij mag vergeten, maar wij vergeten jou niet”

16 februari 2019
We hebben elke week een ‘Held van de Week’. Die komt deze keer van computerwetenschapper Jeroen Baert. En hij zocht het ver, heel ver. Ergens op Mars, waar iemand of liever iets heengegaan is.

Liefste Mars Opportunity,

Officieel bekend onder de NASA-codenaam MER-B, maar Oppy voor de vrienden,

Samen met je broertje Spirit, landde je in januari 2004 op de oppervlakte van Mars. Twee broers, een planeethelft van elkaar verwijderd.

Weet u nog luisteraars? 2004?
Het was een tijd waarin wij hier op aarde geterroriseerd werden door de oorworm ‘Dragostea Din Tei’. U weet het wel, van je nu ma, nu ma iei.

Ver verwijderd van deze aanslag op onze trommelvliezen en goede smaak rolde jij 54 miljoen kilometer verder, na een reis van ruim 6 maanden, voorzichtig rond in je krater.

Centimeter per centimeter, dag na dag, maakte je prachtige panoramische foto’s van het marsoppervlak en analyseerde je de bodem. Op basis van deze resultaten kon NASA een theorie over de aanwezigheid van water op Mars formuleren. Geen slecht begin voor een robotwagentje.

Echter, er was altijd die onderliggende angst in het controlecentrum. Wat als je zou vast komen te zitten? Je evenwicht zou verliezen? Wat als de Marswind je omver zou blazen?

We zouden het pas 20 minuten later weten. 20 minuten. Zo lang duurt het om data van Mars naar de aarde te sturen. Elk onheil zou dus pas na 20 minuten worden geregistreerd, als een rouwbericht dat enkele maanden na de begrafenis in de bus valt.

En in april van 2005 vingen we zo’n bericht in de bus. Eén van je wieltjes bleek vast te zitten in een zandduin. Jij, 184 kilogram toptechnologie, met uren research en werk, jij die zo aan je einde zou komen door een miezerig builtje zand. Dat zou tragisch, maar niet onverwacht zijn. Je geschatte houdbaarheidsdatum van 90 dagen had je al lang overschreden.

De buit was binnen, je missie was volbracht. Het was goed geweest. Je kon rusten in het grote Marsrobotkerkhof, waar al een handvol nieuwsgierige wagentjes je waren voorgegaan.

Maar toch bleef je doorzetten. Millimetermanoeuvre na millimetermanoeuvre wrikte je jezelf los. Enkele maanden later kregen je wielen terug grip, en in 2006 stond je op de rand van de Victoriakrater. Klaar voor een nieuw avontuur. Twee jaar na je landing, levend op geleende tijd.

2007 werd 2008, 2008 werd 2009, je leek onverwoestbaar. In 2010 kwam het slechte nieuws dat je broertje, Spirit, de geest had gegeven. En in 2014 kreeg ook jij een negatieve diagnose. Eén of meerdere van je geheugenchips deed het niet meer. Een vorm van robotdementie, om het poëtisch te zeggen. NASA plaatste je toen in RAM-modus. De data die je niet meer doorgestuurd kon krijgen, mocht je vergeten. Jij mocht dat Oppy. Je was ondertussen bijna 10 jaar onophoudelijk op de rode planeet. Jij mag vergeten, maar wij vergeten jou niet.

In juni van 2018 verloren we contact met je, na een lange zandstorm. Je zonnepanelen werden bedekt met een dikke laag zand. De rode planeet moest je letterlijk begraven om je te stoppen.

Deze week werd definitief beslist om de contactpogingen op te geven. Jij, Oppy, bent voor mij de ‘held van deze week’. Je was een onverwoestbaar werkbeest, een summum van internationale wetenschappelijke samenwerking en een verdomd rap robotwagentje.

Het lijkt mij niet meer dan gepast dat Radio 1 twintig minuten de volledige stilte bewaart als eerbetoon voor ons robotheld. Dat, of ‘Dragostea Din Tei’.

Het ga je goed, Oppy.

Jeroen

Radio 1 Select