De schoonste van Claus

27 februari 2018
Op 19 maart is Hugo Claus, één van Vlaanderens grootste schrijvers, 10 jaar dood. Daarom gingen we, samen met Stad Antwerpen en het Letterenhuis Antwerpen, op zoek naar de mooiste zin van Claus. Die krijgt een zichtbare plaats, ergens in de stad.

Een bloemlezing van schone Claus-zinnen: de keuze van Sofie Lemaire en Wim Helsen

En nog later, jongetje, wordt je leven een plakboek. Maar nog lange niet, nog lange niet.
Uit 'Op Thomas zijn vierde verjaardag'

Sofie Lemaire: Ik hou van dit gedicht omdat ik hier Hugo Claus als vader leer kennen en mezelf als moeder herken. Hoe je je kind wil de weg wijzen, wereldklaar maken, zonder censuur. Hoe je hem nu al wil en kan zien als volwassene, respecteren als individu. Hoe je ervaringen wil delen en troosten als het moet. De laatste zin is daarom prachtig.

De keuze van Peter Van De Veire

We worden geboren, we neuken een beetje en we sterven. (Daar komt het toch op neer).
Uit een interview met Hugo Claus

Het heeft misschien niks met zijn werk te maken maar het is wel typerend voor ‘m: enorm mooie dingen poneren op een enorm puntige manier. Hoe je het leven in 1 duidelijke zin kan samenvatten. Het is het soort uitspraak waarvan je hoopt dat je ze zelf had gevonden.

De keuze van dichter Yannick Dangre

Nu nog, aan de galg vandaag, met een vod in de mond, zij die wakker wordt met gezwollen lippen, ogen toe, zij was iets dat ik wist en toen verloren heb, en hoe, maar hoe ben ik haar kwijt, hoe blaft een dronken hond?
Uit 'Nu nog'

Ik ga voor een hele grote klassieker gaan, want daar zit nu eenmaal alles in waar Claus voor staat, en de melancholie en muziek van de taal is wat ook mij bezig houdt. Het gaat om de eerste strofe van het gedicht 'Nu nog'.

De keuze van schrijver Christophe Vekeman en acteur Tom Dewispelaere

(Ik ben niet, ik ben niet dan in uw aarde) Toen gij schreeuwde en uw vel beefde Vatten mijn beenderen vuur.
Uit 'De Moeder'

Christophe Vekeman: Ik kies voor een zin, verspreid over twee regels, uit het befaamde ‘De moeder’, opgenomen in De Oostakkerse gedichten

Tom Dewispelaere: Die drie zinnen ontroeren mij keer op keer. Maar eigenlijk is het hele gedicht geweldig. Wederom de tranen in mijn ogen. Lang leve Hugo!

De keuze van Claus-biograaf Georges Wildemeersch

Twee dingen hielden de minister die ochtend bezig, zijn lichaamsgewicht en de dood.
Uit 'Belladona'

Claus was geen stilist, hij schreef niet woord voor woord nauwkeurig neer. Daarom vind je in zijn werk zelden een zin die er echt uitspringt. Al zijn zinnen zijn eigenlijk voortreffelijk. Toch is de openingszin van Belladonna er één die je ook in het werk van stilisten zou kunnen terugvinden. Ik ken geen enkele andere zin van Claus die zo snel zo duidelijk zegt waar het over gaat. Het gaat over het gewicht van de minister - wat een banaliteit - en over de dood - wat een overdrijving. Het maakt dus ook die zin banaal en tegelijkertijd helemaal niet, want eigenlijk gaat die over leven en dood.”

De keuze van Luc Coorevits (Behoud de Begeerte)

Het is beter gras te zijn, men kan het maaien, wieden en wild groeit het weer, en altijd anders.
Uit 'Oog om oog'

Uw vraag noopt mij tot een uitgebreide oefening in ’kill your darlings’. Ik weet niet of het zijn schoonste, dus meest gestoomde of gezandstraalde of afgepoetste zin is, maar ik vind het in elk geval één van zijn mooiste zinnen - één van de zovele. Dit is natuurlijk geen zin die Claus ooit in een interview of tijdens een gesprek heeft uitgesproken. Het is een fragment uit ’Oog om oog’, een gedichtencyclus. 

De keuze van kunstenaar Jan Van Riet

Ik voel me versmallen in een wereldwijde vallei
Uit 'Apollinaire revisited'

In zijn laatste bundel 'In geval van nood", staat dit in één van de allerlaatste gedichten. Tragisch dit bewustzijn van zijn ziekte.

De keuze van Claus-biograaf Mark Schaevers

Ik wil niet in slaap vallen want dan ben ik niet meer bij jou.
Een zin uit een notitieboek van Claus

Waarom? Omdat ik liever niet een zin wegkap uit een context, deze is als geïsoleerde zin neergeschreven op een notitieblok. Ik nam hem op in het boek ‘De Wolken’: het is een groot plezier zo een zin aan het oeuvre van Claus te kunnen toevoegen. En het is een zin die een hele bibliotheek liefdesliteratuur kan vervangen, toch?

De keuze van Dirk De Wachter en Gilda De Bal

Mijn vrouw, mijn heidens altaar, Dat ik met vingers van licht bespeel en streel, Mijn jonge bos dat ik doorwinter, Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken, Ik schrijf je adem en je lichaam neer Op gelijnd muziekpapier.
Uit 'Ik schrijf je neer'

Uit de bundel 'Een huis dat tussen nacht en morgen staat'. 

De keuze van Hilde van Mieghem

Het zal niet duren, zij bedriegt mij met de wind, en ik ben toch twintig, en hij is toch veertienhonderdduizend jaar oud.
Uit 'Drie blauwe gedichten voor Ellie'

De zin viel me op toen ik één moest kiezen voor de hal van het Letterenhuis. Het is mooi hoe Claus zaken in zijn werk de hele tijd relativeert. Net zoals het mooi is dat hij in dit geval jaloers is op de wind. Ik zie het beeld ook zo voor me, hoe Ellie hem bedriegt met de wind. Die mogelijkheid om je verbeelding te laten spreken zodra je een zin leest, vind ik belangrijk. 

De keuze van schrijfster Saskia De Coster

Ik beteken mezelf, een korte schaduw, een toeval in het licht van de aarde.
Uit 'Heer Everzwijn'

Misschien is dit wel de geloofsbelijdenis van Claus, de notoir antiklerikale schrijver. In Heer Everzwijn herschrijft hij tenslotte Genesis. Je kan deze zin ook lezen als een verklaring van onafhankelijkheid. "Ik vind mezelf uit, los van God." Tegelijkertijd herken je de totale zelfrelativering die zo typisch is voor Claus, want "ik ben een toeval in het licht van de aarde". Voor mij gaat die zin daarnaast over schrijven, over hoe dat een manier was om in leven te blijven. Of over hoe schrijven een bepaalde vorm van geloof voor hem was. Al ben ik misschien te veel aan het interpreteren.

De keuze van schrijver Paul Claes

Brocatello, buratijn, florentine, salamine, oogjesgoed van filozel, allemaal grofgrein, satijn van chagrijn.
Uit 'Stofjes'

Al die namen van stofjes vormen samen niet alleen een heel ongewoon gedicht van Claus. Ze komen ook voor in het Het Juiste Woord. Dat merkte ik toevallig omdat ik als vertaler een groot gebruiker van het synoniemenwoordenboek ben. Ze staan er allemaal in, verspreid over de bladzijden. Hij heeft ze daar gewoon gestolen, zal ik maar zeggen, bij elkaar gezet en er een min of meer rijmend geheel van gemaakt. Het is een typisch voorbeeld van wat in de kunstgeschiedenis ‘objet trouvé’ heet: je combineert iets dat je ergens vindt, zet er je naam onder en het is van jou.

De keuze van Veerle Claus

Daar is mijn bestaan begonnen te vergaan.
Uit 'Oostende'

Eén zin uit een gedicht halen, dat voelt bijna aan als heiligschennis. Deze eenvoudige, maar mooie en melancholische zin ontroert me toch elke keer weer vreselijk. Er zit zoveel in: de hoop van het begin, maar meteen ook al de vergankelijkheid van de dingen. Zeker omdat Hugo niet het woord ‘beginnen’, maar het woord ‘begonnen’ koos. Dat vind ik een onwaarschijnlijke vondst, echt heel knap. Net zoals het mooie binnenrijm. Het maakt het een zingende zin, een zin vol cadans, die blijft hangen en die zoveel vertelt. Ik moest hem dus niet opnieuw opzoeken, ik ken hem uit het hoofd.”

De keuze van professor Literatuur Kevin Absillis

De leraar liep de twaalf meter van zijn kamer naar de lift in verwondering. Wachtte bij het traliewerk van de liftkooi. Stak drie vingers door de mazen.
Uit 'De verwondering'

Zoals in elke spannende roman zuigen de eerste zinnen van 'De verwondering' je meteen mee. Ze zijn precies, op het neurotische af: twaalf meter, drie vingers. Terwijl het beeld van de kooi en de tralies een beklemmend gevoel opwekt, dringen vragen zich op. Wie is deze leraar? Waar gaat hij heen? Wat is de aanleiding voor zijn verwondering? Claus werkte zeven jaar aan De verwondering. Het resultaat is een machtige herinnering aan wat de roman als kunstvorm ooit vermocht en een eresaluut aan de lezer die bereid is op avontuur te gaan en er niet tegenop ziet in verwondering terug te keren.

De keuze van Suzanne Holtzer (redactrice Hugo Claus)

Weet ge wat, stuur Alma eens een ansichtkaartje. Dat doet altijd plezier.
Uit 'De Geruchten'

De laatste twee zinnen van 'De Geruchten' zeggen iets over Claus als schrijver. Zijn visionaire roman verscheen een paar weken voordat de Dutroux-affaire aan het licht kwam. Hugo Claus laat Alma denken: "Wat is het tegendeel van wijs? Liefde, dacht ik toen. Nog?" De aanbeveling haar een ansichtkaartje te sturen herinnert aan de compassie en empathie die uit deze roman spreken. Het zegt ook iets over Claus als mens; over zijn levenshouding. Ik citeer de zinnen wel eens aan anderen. Als redacteur is dat natuurlijk ook een goede raad voor mezelf.

De keuze van dichter Maud Vanhauwaert

In mij vergaat uw leven wentelend, gij keert niet naar mij terug, van u herstel ik niet.
Uit 'De Moeder'

De keuze van Bert Ostyn (Absynth Minded)

De zanger is zijn lied
Uit 'De zanger'

De keuze van Sven Gatz

Nadat zij een half uur tevoren in de overweldigende geur van het hout gekoerd had en mij gedwongen tot het zinneloos spel, hoe lachte zij me toen luchtig, licht, verraderlijk tegen, onder de blikken van medeplichtige matrozen, en lachte uitdagend toen zij ‘Uitmuntend’ kreeg voor haar examen Duits en glimlachte verlegen een namiddag later toen wij in een huis in aanbouw scholen, over de losse balken, de pasgemetselde muurtjes liepen, hurkten in de keien, in de hopen rijnzand vielen, tegen de cementzakken lagen en toen ik haar vroeg te trouwen; zij beet mij hard in mijn bovenlip – ‘zo kan ik het zien, morgen, in de klas.
Uit 'De Verwondering'

De keuze van columnist Hugo Camps

Je handpalm glijdt zachter, je begint het te leren. Ook je borst is voller na drie maanden strelen. Eindelijk beantwoordt de dans van je heup aan onze vroegere nachten vol kindertandjes.
Uit 'Gedichten 1969-1978'

De keuze van journalist Piet Piryns

Hoe dichter de dichters bij hun sterven geraken, des te grimmiger kermen ze naar de sterren.
Uit 'Gedichten 1948-1993'

De keuze van Josse De Pauw

En ook als ik reïncarneer, dan niet Oosters in een kever of een jonge loopse hond maar als in de tijd van mijn leven door een prinses vastgebonden, oprecht rechtop, klaargestoomd en dan glijdend in haar mond.
Uit 'Asperges me'

De keuze van Wim Opbrouck

Nu nog terwijl de bijen van de dood om mij zwermen proef ik de honing van haar buik en hoor ik het gezoem van haar klaarkomen en staar ik naar de natte roze blaadjes van haar beweeglijke vleesetende bloem.
Uit 'Nu nog'

De keuze van Jan Mulder

Zij was te nobel voor woorden, vooral als zij de zee was en ik het zand dat murmelend landde aan haar zoute snee
Uit 'Wreed Geluk'

De keuze van Herman Brusselmans

Buiten wijs ik met mijn vinger naar de maan/ Hij blijft kijken naar mijn vinger
Uit 'Wreed Geluk'