Kobalt Blues

17 september 2021
Meer dan de helft van alle kobalt ter wereld komt uit de Congolese provincie Katanga. Het is een cadeau van de natuur aan het Congolese volk, een bodemschat. Want kobalt heb je nodig om batterijen te maken. Fabrikanten van gsm's, laptops en elektrische auto's kunnen niet zonder dat blauwe metaal. Je zou dus verwachten dat er in Katanga een efficiënte mijnindustrie floreert, die de industrie een betrouwbare kobalt-toevoer garandeert.

Maar nee. Kobalt wordt ontgonnen door arme, haveloze stumperds. Veelal mannen, maar ook kinderen en vrouwen.

Met een simpele hamer en beitel, bijgelicht met een zaklamp, graven les creuseurs amateuristische mijngangen. Het is illegaal. Ze krijgen een paar centiemen voor een volle zak erts, en geregeld gebeuren er ongevallen. De provincie is vervuild; zeg maar vergiftigd. Het aantal misvormde kinderen dat wordt geboren is hoog. Kobalt, de zegen van Katanga, is een vloek geworden.

Het verhaal van les creuseurs is slechts één symptoom van de mislukking Congo. Het had het rijkste land van Afrika kunnen zijn. Waarom het dat niet is, probeert Erik Bruyland uit te leggen in Kobalt Blues. Hij beschrijft de Congolese geschiedenis van 1960 tot vandaag. De verantwoordelijkheid ligt in Brussel, Washington, Parijs en Bejing, maar zeker ook bij de Congolese elite.

Zaterdag zit Erik Bruyland aan de Interne Keukentafel.