Koopkracht onder regering-Michel: werkenden winnen, gepensioneerden niet

21 mei 2019
Wie aan het werk is, of aan het werk is gegaan, heeft de voorbije vijf jaar vaak flink aan koopkracht gewonnen. Maar wie langdurig werkloos of gepensioneerd is, is er amper op vooruitgegaan. En wie moet rondkomen met een klein pensioen, heeft zelfs licht aan koopkracht ingeboet.

Dat blijkt allemaal uit nieuwe berekeningen van Leuvense economen, die de impact onderzochten van het federale regeringsbeleid op de koopkracht van werkenden, werklozen en gepensioneerden.

In een studie van vorig jaar analyseerden de economen André Decoster en Toon Vanheukelom de gevolgen van het regeringsbeleid op de verschillende inkomensgroepen : van de tien procent armsten tot de tien procent rijksten. Ze namen daarbij een representatief staal van 6.000 Belgische gezinnen onder de loep uit de jaarlijkse Europese inkomensenquêtes.

Aan de pluszijde verrekenden ze de verlaging van de personenbelasting door de taxshift, net als de verhoging van de uitkeringen. En aan de minzijde telden ze de hogere BTW op elektriciteit, de hogere accijnzen op diesel, alcohol en tabak, en de niet-indexering van de kinderbijslagen mee.

Uit die studie bleek dat vooral de hogere middenklasse er in koopkracht op vooruitging, terwijl de laagste gezinsinkomens amper winst boekten (zie grafiek hieronder). Alleen maakten Decoster en Vanheukelom toen geen onderscheid tussen werkenden, werklozen en gepensioneerden.

In nieuwe berekeningen voor VRT NWS doen de Leuvense economen dat nu wel. En dat levert meer genuanceerde resultaten op.

Wie werk heeft of vindt, wint meestal flink

"Wie werkt, wint volop bij de belastingverlaging door de taxshift", zegt professor André Decoster. "Dat was een bewuste keuze van de regering om werken meer te belonen." De werkenden gaan er gemiddeld 4,4 procent in koopkracht op vooruit. Daarbij winnen werkenden met een laag loon (+ 7 procent) meer dan werkenden met een middelhoog loon (+ 5,4 procent) of een hoog loon (+ 2,3 procent). De lage lonen hebben immers meer baat bij de taxshift dan de hoge lonen.

Als we niet kijken naar de individuele lonen, maar naar de gezinsinkomens, levert dat een ander beeld op (zie de grafiek hierboven). Het zijn vooral de gezinnen uit de hogere middenklasse die er in koopkracht op vooruitgaan. "Werkenden zitten immers vooral bij de hogere inkomens", legt Decoster uit. "En dat geldt zeker voor tweeverdieners, die extra profiteren van de taxshift."

Kortdurig werklozen die na minder dan één jaar een baan vinden, winnen duidelijk ook aan koopkracht (+ 4,5 procent). Zodra ze aan de slag zijn, betalen ze immers minder belastingen op het (meestal lage) loon dat ze dan verdienen.

Wie niet (meer) werkt, wint amper of verliest

Wie langdurig werkloos of met pensioen is, gaat er in koopkracht nauwelijks op vooruit. Langdurig werklozen die langer dan een jaar niet aan de slag zijn, winnen gemiddeld 0,8 procent; en gepensioneerden amper 0,2 procent (zie de grafiek hierboven). Mensen met lage pensioenen lijden zelfs een licht koopkrachtverlies.

Zeker de lage pensioenen en uitkeringen profiteren niet van de taxshift. "De regering heeft de uitkeringen wel verhoogd", zegt André Decoster, "maar ook de BTW en accijnzen zijn verhoogd", merkt de professor op. Die nemen een relatief grotere hap uit het gezinsbudget van mensen die met weinig moeten rondkomen. "En daardoor winnen gepensioneerden en langdurig werklozen weinig of niets."

Negatieve impact onderschat

Koopkrachtstudies zijn best ingewikkeld en hebben onvermijdelijk beperkingen. Zo is hier alleen de impact verrekend van federale regeringsmaatregelen in belastingen en uitkeringen. De indexsprong is niet meegeteld voor de lonen (wel voor de uitkeringen). "Daardoor wordt de winst in koopkracht voor de werkenden natuurlijk een stuk minder groot," bevestigt Decoster.

Ook Vlaamse maatregelen bijvoorbeeld met effect op de koopkracht zijn niet meegenomen (zoals de afschaffing van gratis stroom en water, en duurder openbaar vervoer). "Daardoor wordt de impact op de koopkracht van veel gepensioneerden en langdurig werklozen bijna zeker negatief."

Slotsom is dat de koopkracht door het beleid van de regering-Michel wel degelijk is gestegen. Maar de winst is erg ongelijk verdeeld. Vooral de werkenden uit de hogere middenklasse gaan erop vooruit, ten nadele in de eerste plaats van de gepensioneerden, de langdurig werklozen, en ook andere uitkeringstrekkers. "Om werken te belonen, heeft de regering de belastingen verlaagd," legt Decoster uit. "En dat zorgt voor minder herverdeling tussen de inkomens."

Bron: vrtnws.be

Radio 1 Select