Laat ons de zon imiteren

21 oktober 2017
Het was eeuwenlang een raadsel hoe de zon licht en warmte produceert. Tot in 1938 Hans Bethe opperde dat de zon en de sterren enorme kerncentrales zijn. Maar dan wel kerncentrales van een bijzonder type: atoomkernen worden er niet gesplitst, maar gefuseerd. De zon doet aan kernfusie, zei Bethe.

Sindsdien is kernfusie een toverwoord. Als we hier op aarde zouden klaarspelen wat de zon doet, is ons energieprobleem opgelost. Kernfusie is kernenergie zonder die haast onoplosbare problemen die klassieke kerncentrales met zich meebrengen.

Een van de grote risico's van klassieke kernsplitsing is dat de zaak uit de hand kan lopen. Het splitsen van atomen is een kettingreactie die zichzelf kan voeden. Als het misloopt slaat de centrale op hol. Niet zo bij kernfusie, een reactor van dat type valt stil als het misloopt.

Het afvalprobleem is minimaal, het fusieproces veroorzaakt een minimale hoeveelheid radioactiviteit. En de hoeveelheid energie die je ermee kan opwekken is enorm.

Doen! hoor ik u jubelen, bouw zo een fusiecentrale, waar wachten we op. Wel, dat probeert men nu al decenia voor elkaar te krijgen. Het grote probleem is dat atoomkernen pas fuseren bij extreem hoge temperaturen. Honderdvijftig miljoen graden, dat is tien keer warmer dan de zon. Dat is al gelukt, maar het kostte meer energie dan het opbracht. 

Geregeld lees je berichten dat er weer een stap in de richting van commercieel verantwoorde kernfusie is gezet. Hier bijvoorbeeld en hier en hier en hier en hier en hier en hier. Je leest zo geregeld van dat soort gehoera, dat je gaat denken: jaja, het zal wel, en je schouders ophaalt.

Gustaaf Cornelis komt naar de keuken en we zullen hem vragen: komaan, Gustaaf, hoe lang nog?