Lagere school met veel kansarme kinderen: niet nadelig voor latere schoolloopbaan

20 november 2017
Het doet er niet toe of je kind naar een lagere school gaat met veel of weinig kansarme kinderen. Op de latere studieresultaten en schoolcarrière van je kind heeft dat geen enkele invloed. Dat is de opvallende conclusie van een doctoraatsonderzoek aan de KU Leuven. Dat onderzocht de gevolgen op lange termijn van de schoolkeuze van lagere schoolkinderen.

Veel ouders schrikken er voor terug om hun kinderen naar een lagere school te sturen waar veel kansarme leerlingen les volgen. Ze vrezen dat de kwaliteit van het onderwijs daardoor minder goed zou zijn. Maar die vrees is onterecht, zegt de Leuvense onderzoekster Griet Vanwynsberghe. Zij doorploegde twee grootschalige databanken met gegevens over de schoolloopbaan van duizenden leerlingen in bijna 300 lagere en middelbare scholen. Ze kwam tot de vaststelling dat leerlingen die naar een lagere school gaan met veel kansarme kinderen daar op lange termijn geen nadeel van ondervinden, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht.

"Vergelijkbare leerlingen deden het op hun 17de even goed voor wiskunde of ze nu in een lagere school met veel of weinig kansarme leerlingen hadden gezeten", vertelt Vanwynsberge. Ze deed ook nog een kleiner bijkomend onderzoek naar secundaire scholen. En daar ontdekte ze wel een verschil, zij het een heel klein. Een aantal leerlingen die schoolliepen in een secundaire school met veel kansarme leerlingen ondervonden wel een negatief effect op hun verdere schoolloopbaan. 

Effect van extra middelen voor scholen met veel kansarme leerlingen?

In Vlaanderen krijgen scholen met veel kansarme leerlingen extra middelen, de zogenaamde GOK-middelen ( Gelijke Onderwijs Kansen). "Vraag is of dat de reden is waarom het dus niet uitmaakt of je kind naar een school met veel of weinig kansarme leerlingen gaat, zegt Griet Vanwynsberghe. Of dat net die extra middelen niet nodig zijn, want er is toch geen effect op lange termijn. " Volgens de onderzoekster moet dit verder worden bestudeerd. 

"Rekenen en taal maken een verschil"

Wat wel een verschil maakt op lange termijn is de manier waarop de lagere school erin slaagt om zijn leerlingen echt vooruitgang te laten maken wat rekenen en taal betreft. Leerlingen van scholen die het op dat vlak goed doen, zullen later meer in studierichtingen terechtkomen die hen voorbereiden op hoger onderwijs. "Maar op dit ogenblik weten scholen vaak niet hoe effectief ze echt zijn", zegt Griet Vanwynsberghe, "daarom is het belangrijk om dit op te volgen en die informatie ook ter beschikking te stellen, zodat er kan worden ingegrepen als het nodig is".

Uit het onderzoek blijkt ook dat kinderen uit vrije, vooral katholieke lagere scholen op hun zeventiende beter scoren op wiskunde. En ze komen ook vaker terecht in studierichtingen die voorbereiden op hoger onderwijs. Kinderen uit scholen van de officiële netten doen het minder goed op dat vlak. Maar het gaat maar om een heel klein verschil, zegt Vanwynsberghe en voor een verklaring is verder onderzoek nodig.

Bron: vrtnws.be

Beluister het interview met Griet Vanwynsberghe: