Ligt het aan mij of zijn we alleen fier op ons land als het over voetbal, chocolade en bier gaat?

7 november 2019
© Dirk Waem (Belga)
CEO Inge Geerdens vindt dat we best wat trotser mogen zijn op Belgische creatievelingen en ondernemers. Waarom lazen we nergens dat Kurt Loyens het Gouden Kalf 2019 won voor het decor in de Baantjer-film bijvoorbeeld? Waarom genieten sommige van onze bedrijven nauwelijks naamsbekendheid, terwijl ze internationaal hoge toppen scheren?

'Kurt Loyens wint Gouden Kalf 2019 voor decor Baantjer-film', het is de krantenkop die ik helaas nergens gelezen heb vorige maand. Kurt is decorontwerper en een kei in zijn vak. En het Gouden Kalf, dat zijn de awards van het Nederlands Filmfestival. De Oscars van onze noorderburen. Kurt was al voor de derde keer genomineerd in de categorie 'Production Design', voor de enscenering van de film dus. Hij won uiteindelijk met zijn werk voor 'Baantjer: Het Begin', een film van regisseur Arne Toonen met Waldemar Torenstra als de jonge politie-inspecteur De Cock. U weet wel: die met C-O-C-K. Voor wie het even wil beleven, u vindt de awarduitreiking op YouTube.

Loyens was de voorbije tien jaar een vaste waarde in zijn categorie op de shortlist van het Nederlands Filmfestival. Om het met de gevleugelde woorden van voormalige VRT-nieuwsanker Jan Becaus te zeggen: 'Dat is gene kattenpis'. En toch, nu hij wint, gaat het nieuws hier in ons land volstrekt onopgemerkt voorbij. Wereldtop, maar 'geen sant in eigen land'. Het zette me even aan het denken.

Ligt het aan mij of zijn we alleen fier op ons land als het over voetbal, chocolade en bier gaat? We hebben nochtans een sterke creatieve industrie (tonnen Belgische fictie intussen op Netflix) en die mag heus wel wat meer aandacht krijgen. Net als die vele andere bedrijven actief in pakweg IT (Collibra?), biotechnologie (Argenx?) en de maakindustrie (Materialise?) die internationaal hoge ogen gooien maar bij ons nauwelijks naamsbekendheid genieten.

De Zaak Leroy

Misschien is het zelfs nog erger gesteld en gunnen we het de ander gewoon niet graag. Ik lees wel vaker dat wie z'n kop boven het maaiveld steekt, al snel tegenwind vangt. Het deed me denken aan wat Dominque Leroy overkwam toen ze onlangs haar overstap naar KPN aankondigde. Wat eerst een fantastische carrièrewending voor Leroy leek (en een beloning voor de puike prestaties die ze in haar jaren bij Proximus had neergezet), veranderde in geen tijd in een PR-nachtmerrie. Blijkbaar zagen een paar mensen hun kans schoon om wat oude rekeningen te vereffenen, in het bijzonder in verband met het recent aangekondigde transformatieplan. Weg baan bij KPN en weg baan bij Proximus. Finaal werd Leroy kaltgestellt voor de som van 5.926 euro, het theoretische voordeel dat ze volgens de krant De Tijd zou gehaald hebben uit de slecht getimede verkoop van een pakketje aandelen. Veel geld voor veel mensen, maar ik denk niet dat iemand zoals Leroy voor dat bedrag bewust dergelijke risico's neemt. Ik ben benieuwd wat er ooit van komt, maar een ding is zeker: Baantjer zou een vette kluif hebben aan 'De Zaak Leroy'. Zonder meer de slechtst mogelijke wissel van gsm-operator ooit.

Als het over het bedrijfsleven gaat, lezen we in de meeste media vooral doemberichten over fraude, saneringen, herstructureringen en het f-woord: faillissementen.

En zo zijn er nog tal van andere voorbeelden. Als het over het bedrijfsleven gaat, lezen we in de meeste media vooral doemberichten over fraude, saneringen, herstructureringen en het f-woord: faillissementen. En als iemand dan toch succesvol is, dan moet er wel ergens gesjoemel in het spel zijn. Denk maar aan wat Marc Coucke overkwam toen hij zijn aandelen in Omega Pharma verkocht, een bedrijf dat hij nota bene zelf van nul had opgebouwd. Geen wonder dat het vertrouwen in het bedrijfsleven bij heel wat mensen zoek is en dat we er weinig voor voelen om zelf wat uit de grond te stampen. U moet wel gek zijn om in dat klimaat te ondernemen, alle initiatieven om het ondernemerschap te promoten ten spijt.

Waarom zijn we zo terughoudend, zo argwanend wanneer anderen succesvol zijn? Zijn we dan niet fier op de verwezenlijkingen van onze landgenoten? En wat zegt dat over ons, als mens en als gemeenschap?

Onbekend maakt onbemind

Diep vanbinnen hebben we allemaal een soort haat-liefdeverhouding met ons land en we hanteren niet zelden twee maten en gewichten. We zijn vooral Belg als het ons goed uitkomt. Wanneer de Rode Duivels winnen bijvoorbeeld. Anders zijn we liever Vlaming, Waal, Brusselaar of zelfs Europeaan. Want doorgaans geven we bitter weinig om dat stempel in ons paspoort. Of het moet zijn dat het 'mensen van ginderachter' zijn die er ook eentje willen. Dan houden we de deur graag dicht.

Belgitude: het wordt vooral gedefinieerd door wat het niet is, lees ik op Wikipedia. En in datzelfde artikel staat er een prachtige paragraaf uit een boek van de Nederlandse schrijver Benno Barnard die lange tijd in ons land woonde: "De belgitude heeft dan ook een vrolijk, epicurisch, zacht-cynisch karakter, dat voor buitenstaanders evenwel verborgen blijft achter rolluiken, bureaucratie, vormelijkheid, distantie - de gezichtseinder van buitenstaanders in België valt gewoonlijk samen met de rand van hun restauranttafel. Die onbegrijpelijkheid van de belgitude voor oningewijden draagt omgekeerd weer bij tot de levensvreugde van de Belgische Belg, voor wie het Belg-zijn ook een strategische kant heeft: hoe minder de anderen van België begrijpen, hoe beter."

Mooi verwoord, maar ook pijnlijk. Vergeet niet: onbekend maakt onbemind. Economisch gezien is dat een bijzonder pover uitgangspunt. Hoog tijd om elkaar wat meer tijd in het voetlicht te gunnen. We mogen gerust fier te zijn op wat onze ondernemende en creatieve land- en gouwgenoten realiseren. Daar is werkelijk niets mis mee. Meer nog: het is broodnodig, want ik kan me niet van de indruk ontdoen dat die Belgitude zich stilaan tegen ons keert. De pret is eraf.

Lees ook:

Radio 1 Select