Loont kunstdiefstal?

28 november 2019
Het is mogelijk de grootste kunstroof van de naoorlogse geschiedenis: de juwelendiefstal in het museum “Het Groene Gewelf” in Dresden. Dichterbij huis werden 16e eeuwse houten retabelbeeldjes in beslag genomen op een expo in Museum M in Leuven. Het gaat om een bruikleen van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen, maar de beelden zijn in 1914 gestolen bij de Kerkfabriek van Boussu. Een goeie reden om in de wereld van de kunstdiefstal te duiken.

Het in de kunstroof in Dresden om geregistreerde werken, dus zo goed als onverkoopbaar op de kunstmarkt. Wat doe je dan als dief met die geroofde buit? Wat drijft zo’n dieven dan? Hoe gaan ze te werk? Janpiet Callens kan zich wel wat pistes inbeelden, hij was rechercheur kunstcriminaliteit bij de federale politie en is sinds 2009 zelfstandig adviseur voor beveiliging van kunstvoorwerpen.

Soms zijn kunstdieven niet uit op het geld dat ze ermee kunnen verdienen, maar zijn ze “obsessionele dieven”, die het doen uit liefde voor de kunst. Zo iemand is de Fransman Stéphane Breitwieser. Tussen 1995 en 2001 stal hij maar liefst 239 kunstwerken uit 172 musea, terwijl hij reisde door Europa en als ober aan de slag was. Elke 15 dagen stal hij wel een kunstwerk. 19 keer sloeg hij toe in België. De Eddy Merckx van de kunstdieven, vindt Ward Bogaert.

In de Brabantse gemeente Keerbergen woont de sympathiekste, braafste kunstdief van het land. Toen op een dag beslist werd dat de kerk er afgebroken zou worden, om plaats te ruimen voor een marktplein, vond de lokale heemkundige kring dat er ingegrepen moest worden. Net voor de afbraak besloten zij in te breken in de kerk en alle kostbaarheden in veiligheid te brengen. Bernard Van Den Bosch is ondertussen 89, is ere-voorzitter van de heemkundige kring en, nu de feiten toch al lang verjaard zijn, bekent hij bij Ward Bogaert dat hij het meesterbrein achter de kunstroof was.

Eén van de drukstbezochte schilderijen van het Louvre is “De Mona Lisa” van Leonardo Da Vinci. Dagelijks passeren er duizenden mensen. Miljoenen op een jaar. En sinds het schilderij er in 1804 werd gehangen door Napoleon, lijkt het wel alsof het één geworden is met het Louvre. Alsof het er altijd al gehangen heeft. Maar dat klopt niet. Max Vryens doet het relaas van de mysterieuze verdwijning van de Mona Lisa tussen 1911 en 1913.

“Nkisi Nkonde” is een beeldje dat je nu kan gaan bekijken in het Afrikamuseum in Tervuren in de tijdelijke tentoonstelling “Weergaloze Kunst”. Het is een houten beeldje, met koorden en spijkers, dat magische krachten zou bezitten. Zoveel lees je op het kaartje naast het beeldje. Wat je niet leest is dat het ook een beeldje is dat door een Belgische officier uit Congo geroofd werd in 1878. En dat het ondanks vragen van plaatselijke stamhoofden niet teruggegeven werd. En dat het dus in de collectie van het museum van Tervuren is gekomen. Het beeldje illustreert de heikele kwestie van restitutie. Moet koloniale roofkunst teruggegeven worden? Of behoort het tot de geschiedenis van België en mag het dus in België te bewonderen zijn? Zelfs binnen het museum lijken ze ’t er niet over eens. Brecht Devoldere sprak met directeur Guido Gryseels en de onderzoeker die de geschiedenis van het beeldje achterhaalde, Maarten Couttenier.

 

Radio 1 Select