Luister naar het verhaal dat Gerda Dendooven schreef voor De Warmste Week

6 december 2018
© Rika Vanhove - Querido
In De Warmste Week zorgt iedereen voor iedereen. Radio 1 zet zich in voor de slachtoffers van het conflict in Jemen, elke tien minuten steft er een kind aan ondervoeding. Gerda Dendooven schreef speciaal voor onze Jemen-actie een gloednieuw verhaal op kindermaat met de titel “Over een arm meisje en een varken”.

Je kan het verhaal ook zelf voorlezen, graag zelfs. Al wat we vragen is dat je een smsje stuurt met 'Jemen' in, naar 4342, om zo minstens één kind de dag door te helpen.

Over een arm meisje en een varken

Onder een kapotte brug aan de rand van de stad woonde een meisje. In een huis van karton waar de zandwind venijnig doorheen blies en het dak lekte als het regende. Sneeuwen deed het gelukkig nooit.

Het meisje woonde er helemaal alleen. Zonder broertjes of zusjes, zonder mama en papa. Die was ze kwijtgeraakt toen ze vluchtten voor het geweld dat uit de hemel viel. Ooit had ze een kast vol kleren, nu nog maar één paar versleten schoenen, één sjaal, één jas met flink wat gaten erin en één jurk voor alle seizoenen: te warm voor de zomer, te koud voor de winter.

Ze had ook bijna niets te eten of te drinken, alleen nog een pannetje melk. Haar buik klonk hol en haar ogen stonden bol van de honger.

Het was de dag voor kerstmis maar het zou niet zo’n gezellig feest worden als vorig jaar, toen ze nog met z’n allen rond een tafel vol heerlijke hapjes zaten. ‘Denk positief,’ zei het meisje tegen zichzelf, ‘elders in de wereld is nog meer ellende dan hier. En een beetje suiker in de melk maakt veel goed.’

Voorzichtig liet ze een half klontje in de pan vallen.

Net op dat moment werd er aan het huis gerammeld.

‘Oin oink oink,’ piepte een stem, ‘OINK!

Nog voor het meisje ‘wie is daar?’ had kunnen zeggen, zwaaide de kartonnen deur open en stormde een roze varken naar binnen. Om zijn nek zat een zilveren strik en in zijn rug een gleuf. Het beest rende wild heen en weer, gooide de melk omver en bleef toen verschrikt staan.

‘O nee,’ gilde het meisje. ‘Wat heb je nu gedaan?’ De tranen sprongen haar in de ogen. 'Oinkoinkoink,’ snotterde het varken en boog beschaamd zijn kop. Zijn krulstaart trilde als een vogelveer.

‘Wee mij,’ jammerde het meisje, ‘nu heb ik helemaal niets meer om te eten en ik ben al vel over been. Nu zal ik zeker sterven van de honger. Ach, had ik maar een aardappelschil of een korst brood. Morgen is het kerstavond en ik heb alleen zoute tranen om door te slikken.’

Het varken zat stil in een hoekje en knipperde met zijn grote glazige ogen.

‘Arme stakker,’ zuchtte het meisje, ‘jij bent er nog erger aan toe dan ik, want jij bent een spaarvarken. Als je buik vol zit, slaan ze je kapot.’

Ze trok hem dichterbij en legde haar oor tegen zijn buik. Binnenin hoorde ze de munststukken rinkelen. Daarmee zou ze flink wat lekkers kunnen kopen. Of iets om aan te sterken. Plots kreeg ze een idee.

‘Het spijt me heel erg, ‘ zei ze lief , ‘maar ik moet je een ferme tik op je billen geven want je hebt mijn melkpan omgestoten. Eén muntje uit die bolle buik van jou en ik ben gered. Maar zonder dat centje overleef ik de dag niet.’

’Oink,’ knikte het biggetje. Net op dat moment werd er weer aan het huis gemorreld. Voor de deur stond een kwade jongen met een hamer te zwaaien.

‘Waar is mijn spaarvarken?’ brieste hij, ‘Geef terug. Hij is er vandoorgegaan toen ik zijn buik wilde openbreken om het allernieuwste computerspel te kopen. Maar hij is van mij.’

De jongen greep het varken bij zijn staart. ‘Niet doen, niet doen,’ gilde het meisje.

Het beest krijste terwijl het angstig in het rond sprong. Het spartelde over de grond, rolde heen en weer op zijn rug en schudde zo hard met zijn billen dat het ene na het andere muntstuk tingelend uit de gleuf viel. 

Toen zijn buik leeg was, krabbelde het hijgend overeind en ging weer op zijn poten staan. Overal om hen heen lagen geldstukken. De jongen liet de hamer vallen en graaide zijn spaarcenten bijeen.

Hij telde ze één keer, twee keer en bij de derde keer, knikte hij tevreden. Hij miste niet één cent. Daarna liet hij alles in zijn zakken glijden en beende naar de deur. Bij elke stap rinkelden de munten.

‘En nu ga ik shoppen,’ zei hij nuffig. ‘ Het varken laat ik hier want ik heb het niet meer nodig.’ Behalve gezelschap heb ik niet veel aan een leeg spaarvarken, dacht het meisje.

Misschien had ze te luid gedacht want de jongen keek nu voor het eerst goed om zich heen. Door een spleet in het kartonnen dak viel een dikke druppel op zijn neus. De deur flapperde open en dicht en de wind blies zijn ijzige adem door de dunne muren. Het leek alsof het hart van de jongen zou bevriezen, zo koud kreeg hij het. Hij boog beschaamd zijn hoofd. Rillend nam hij een handvol munten uit zijn zak en stopte ze een voor een terug in het spaarvarken.

Hij knikte verlegen ‘dag’ en vertrok.

‘Oinkoink,’ piepte het varken terwijl het op en neer sprong. Het rende achter zijn staart aan en liet zijn billen trillen tot een van de munten weer uit de gleuf wipte en voor de voeten van het meisje rolde. En daarna nog een. En nog een. Het biggetje bleef zijn lijfje schudden tot het meisje ‘koest’ riep en ‘zit’.

‘Dank je,’ fluisterde ze terwijl ze zijn oren aaide.

Toen grabbelde ze de centen bijeen, deed haar sjaal om en stapte op haar dunne beentjes naar buiten. Op zoek naar iets om te eten. Het was bijna avond, de wapens zwegen en de zee knorde zachtjes.

 

Luister hier naar "Over een arm meisje en een varken" van Gerda Dendooven, verteld door Vic De Wachter:

(En schenk 1 euro via sms “Jemen” naar 4342 en help alvast 1 kind de dag door.)