Maar 25 nieuwe windmolens in Vlaanderen: "Verzet van omwonenden en lokale besturen speelt een grote rol"

23 december 2019
Foto: Tim Vanderhoydonck
Door het vele protest van omwonenden en lokale besturen en door problemen bij enkele grote fabrikanten zijn er het voorbije jaar in Vlaanderen maar 25 nieuwe windturbines op land bijgekomen. Dat is opvallend weinig in vergelijking met de jaren daarvoor.

Vorig jaar kwamen er in Vlaanderen maar 25 windturbines bij, goed voor een vermogen van 75 megawatt (MW). Die 75 MW is bijzonder weinig. Ter vergelijking: in 2015 en 2017 kwamen er respectievelijk 85 en 80 windturbines bij, goed voor telkens meer dan 200 MW erbij.

Het lage aantal nieuwe windmolens heeft met twee zaken te maken, zegt Bart Bode van de Vlaamse Wind Energie Associatie. Enerzijds zijn er de aanslepende beroepsprocedures tegen nieuwe projecten. Veel omwonenden of lokale besturen verzetten zich namelijk tegen nieuwe windmolens. De sector schat dat dat het geval is voor drie kwart van de projecten. "Bovendien wordt er soms tot tien keer toe geprocedeerd tegen eenzelfde project, telkens tegen een ander aspect ervan", zegt Bode.

Wachtlijsten

Een tweede verklaring is dat er problemen geweest zijn bij enkele grote fabrikanten van windturbines, waardoor de productie en de levering vertraging oploop. Eén fabrikant ging zelfs failliet. "Er zijn nu zelfs wachtlijsten in Vlaanderen voor de levering van turbines", aldus Bart Bode. Alle Vlaamse windturbines samen (er staan er nu ongeveer 550) hebben nu een vermogen van bijna 1.300 MW. Dat is even veel als een grote kerncentrale, met dien verstande dat kerncentrales (in theorie) altijd stroom kunnen leveren, terwijl dat bij windmolens niet zo is.

Tandje bijsteken tegen 2030

Die bijna 1.300 MW (1.278 om precies te zijn) is er gekomen over een periode van ongeveer 20 jaar. Om de Vlaamse klimaat- en energiedoelstellingen van 2030 te halen, moet er over tien jaar nog eens zoveel bijkomen. Want in 2030 zouden we aan een vermogen van 2.500 MW moeten komen, via windmolens op het land. (Er staan ook windmolens op zee, maar dat is een federale materie.)
Op tien jaar tijd net zo veel doen als we tot nu toe in twintig jaar deden, is dat wel haalbaar? "Wij denken van wel", zegt Bart Bode. "Er is namelijk nog potentieel aan ruimte, in de havens en langs de autowegen, bijvoorbeeld tussen Jabbeke en Veurne. En ook: de oudste windturbines worden stilaan vervangen, en dat gebeurt door nieuwe exemplaren met een veel hoger vermogen. Dus we denken dat we aan die 2.500 MW in 2030 kunnen geraken."

De meeste windturbines in Vlaanderen staan in de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen, wat te maken heeft met de ruimte in en rond de havens van Antwerpen en Gent. Het laagste aantal vind je in Vlaams-Brabant, en dat heeft dan weer te maken met de luchthaven van Zaventem en het verbod windmolens in te plannen rond start- en landingsbanen.

Luister ook naar Marc Van den Bosch, Directeur-generaal van FEBEG, de Federatie voor Elektriciteit- en Gasbedrijven in De ochtend.

Bron: vrtnws.be en De ochtend

Radio 1 Select