Martin Heylen: “Tabula rasa, ik kan het iedereen aanbevelen”

16 augustus 2020
© Radio 1
Martin Heylen kennen we allemaal al jaren als tv-journalist. Denk maar aan ‘Man Bijt Hond’, ‘Heylen en De Herkomst’ en ‘God en klein Pierke’. Toch zette hij de stap naar de tv-wereld pas op zijn 41ste. Daarvoor was hij fabrieksarbeider, later schrijvend journalist. Maar zo’n tabula rasa, kan hij iedereen aanbevelen. “Het kan zo’n deugd doen om te groeien. Roest niet vast, probeer iets anders!” zegt hij in ‘Zomerhuis met Boeken’

Elke zondag nodigt Lieven Van Gils twee gasten uit om een boek te bespreken in 'Zomerhuis met boeken'. Deze week is dat boek 'Tekens van leven', de debuutroman van Frederik Willem Daem. Samen met de schrijver en journalist Martin Heylen dook Lieven Van Gils in de nachtelijke cafésfeer waar het verhaal zich afspeelt én Daem het boek ook geschreven heeft.

"De mensen bekeken me wel een beetje raar"

‘Tekens van leven’ is – naast zoveel meer - een ode aan het verdwijnende volkscafé. Martin Heylen kent zulke cafés maar al te goed: hij groeide op in het volkscafé van zijn moeder in Oosteeklo. Hij voelde zich dan ook verplicht om het boek op café te lezen. “Ik heb het boek in drie verschillende cafés gelezen, en de mensen bekeken me wel een beetje raar.”

Tegenwoordig woont Martin Heylen in de stad, maar die ervaring deed hem “terug tuimelen in zijn verleden”. Het gaf hem een warm, en nostalgisch gevoel. “De samenhorigheid van de mensen in een volkscafé is iets wat ik in jaren niet gevoeld heb. Dat is anders dan in een taverne of een pannenkoekenhuis of een cultuurcafé. Iedereen zit daar op zijn eiland.”

De samenhorigheid van de mensen in een volkscafé is iets wat ik in jaren niet gevoeld heb.

Heylen: “In een volkscafé komen verschillende meningen samen, en ze worden ook gedoogd, omarmd bijna. Er worden dingen uitgepraat. De cafébazin is moderator en groot hart tegelijk, en dat voelde ik daar plots weer.”

Maar er is ook een keerzijde, een donkere zijde. “Er wordt heel wat afgezopen in een café. Ik heb er mensen hun leven zien verzuipen. Ik heb jonge mensen met veel talent zien aftakelen.”

Heylen herinnert zich ook dat de klanten soms mee in de keuken van zijn ouderlijk huis stonden, zodat zijn moeder ondertussen voor hem kon koken. Hij vond dat als kind allemaal normaal. “Maar later in mijn leven ben ik ervan overtuigd geraakt dat ik later nooit een café zou willen, als ik zelf een gezin zou hebben. Ik zou het mijn eigen kinderen nooit aandoen. Ik heb het compleet anders gedaan. Mijn vrouw en ik hebben geprobeerd om onze kinderen een zeer grote nestwarmte te geven.”

Creatief geestesdood

Cafézoon Heylen werd dus geen cafébaas. Op zijn 16de ging hij werken in de fabriek. Dat deed hij 8 jaar lang, tot hij er helemaal ‘creatief geestesdood’ werd. “Ik ging er kapot aan, ik wou iets creëren, ik wou creatief zijn, ik wou iets met mijn verbeelding doen. En dan heb ik me eruit geschreven.” Neem dat vooral letterlijk: Heylen begon als lokale correspondent voor ‘De Morgen’. Later kwamen ook de radio en televisie erbij, “een totaal ander leven”.

“Tabula rasa, ik kan het iedereen aanbevelen. Ik ben op mijn 41ste beginnen voor tv werken. Alle ambacht die ik in de vingers had qua schrijven, heb ik weggegooid. Ik begon als een kind, als een beginneling in een vak waar ik niks van kende, begeleid door jongens en meisjes van 22 à 23 jaar. Dat doet zeer, hoor, want je staat plots nergens. Maar het kan zo’n deugd doen om te groeien. Roest niet vast, probeer iets anders!”

Het kan zo'n deugd doen om te groeien. Roest niet vast, probeer iets anders!

Eén van de meest treffende zinnen uit het boek ‘Tekens van leven’ vindt Heylen dan ook deze:

“Wat heeft de mens tenslotte aan de mogelijkheid te gaan en staan waar hij wil, als hij niets eens weet waar hij hoeft te zijn.

Beluister de integrale uitzending van 'Zomerhuis met boeken', met Martin Heylen en Frederik Willem Daem als centrale gasten:

Bron: langzullenwelezen.be en 'Zomerhuis met boeken'

Lees ook: