"Men maakt van mij een rolmodel. Maar als je in armoede opgroeit, is de kans dat je het maakt toch zeer klein"

9 december 2019
Noël Slangen, kersvers voorzitter van het Kinderarmoedefonds, groeide zelf op in extreme armoede en dat verrast mensen soms. Toch wil Slangen niet gezien worden als een toonbeeld van ‘from zero to hero’. "Het is niet omdat ik het gehaald heb dat ze het allemaal zullen halen" zegt hij in 'De Wereld van Sofie'. Hij pleitte er ook voor 'huiswerk optioneel maken'.

Het Kinderarmoedefonds zet zich in voor de jonge levensjaren van kinderen in armoede, specifiek tussen 0 en 3 jaar. “Die eerste levensjaren worden vaak over het hoofd gezien omdat men bij kinderarmoede vooral denkt aan de lege brooddoos op school." Toch zijn die eerste jaren heel belangrijk. De hersenen worden al heel sterk gevormd, waardoor een kind in kansarmoede op zijn vierde verjaardag al enkele maanden achterstand kan hebben op zijn leeftijdsgenoten."

Kansen grijpen?

Niet alleen materiële dingen, zoals voeding en verwarming, dragen bij aan die achterstand. Ook het gebrek aan prikkels dat deze kinderen ervaren, speelt een belangrijke rol. Positieve woorden horen, naar muziek luisteren en in nieuwe omgevingen komen draagt heel sterk bij aan de ontwikkeling van een kind. Bovendien zorgt opgroeien in stresssituaties ervoor zorgt dat een baby permanent gespannen is wat de ontwikkeling nog meer vertraagt. “Er wordt vaak gezegd dat we beginnen met gelijke kansen, maar dat je die kansen moet grijpen. Als je drie jaar bent en je hebt al maanden achterstand in geestelijke ontwikkeling, dan zijn er helemaal geen gelijke kansen.”

Kettingroker

De strijd tegen kinderarmoede gaat Slangen ook persoonlijk aan, want hij groeide zelf op in een ‘vierdewereldgezin.’ Mensen vinden dat vaak vreemd, want ze kennen hem vooral van zijn professionele successen. Toch wil Slangen niet gezien worden als een toonbeeld van ‘from zero to hero’. “Ik gebruik de metafoor: ik ben de kettingroker die 100 jaar geworden is. Het is niet omdat ik het gehaald heb, dat ze het allemaal zullen halen. Integendeel.” Voor kinderen die in kansarmoede opgroeien is de kans veel kleiner dat ze later succesvol zijn.

Armoede op school 

Men onderschat hoe vaak men als kind geconfronteerd wordt met armoede. Een schoolreis waarvoor wat extra geld nodig is of een tweede paar schoenen dat past. Soms gaat dat over heel eenvoudige dingen: als er geknutseld wordt met spaghetti, moeten ouders van kansarme kinderen dat vaak nog gaan kopen. Ons onderwijs is gericht op een standaardkind. Een kind dat twee ouders heeft, dat in een verwarmd huis woont waar Nederlands wordt gesproken, waar internet is, waar een handige oom of buurman je altijd kan helpen met een kunstwerkje. Maar dat is geen realiteit voor kinderen in armoede. Die hebben een heel beperkt netwerk en zijn wat geïsoleerd. Ze hebben weinig contact met hun familie en kennen hun buren niet.

"Huiswerk optioneel maken"

Huiswerk optioneel maken is volgens Slangen een goed idee. Kinderen die meer kunnen en de ondersteuning thuis wel hebben, moeten niet afgeremd worden. Maar in het basiscurriculum is huiswerk een oneerlijk element omdat de hulp van ouders vaak al twee punten verschil kan maken. Als je in een omgeving zit waar het moeilijk is om te studeren omwille van lawaai, stresssituaties of het gebrek aan verwarming, dan haak je af en haal je dus lagere resultaten.

Beluister het gesprek met Noël Slangen:

Lees ook:

Radio 1 Select