Met je kind naar de psychotherapeut? “Niet gemakkelijk, maar wel moedig”

9 januari 2018
Enkele weken geleden vertelde presentatrice Ann Van Elsen openhartig dat ze met haar haar 7-jarige dochter June naar een therapeute ging. “Omdat ik voelde dat ze niet altijd alles tegen mij wilde zeggen.” Is dat niet erg jong? Of moeten we het net toejuichen dat ouders al zo vlug professionele hulp omarmen? “De Bende van Annemie” vroeg het aan iemand die het kan weten: professor Kinderpsychotherapie Patrick Meurs.

Ann Van Elsen deed haar verhaal op 12 december in Story: “We zijn met haar naar een therapeute geweest omdat ik voelde dat June niet altijd alles tegen mij wilde zeggen. Niet omdat daar geen ruimte voor was, of omdat ik kwaad zou worden, nee, ze spaarde me, denk ik, omdat ze niet wilde dat ik verdrietig zou zijn. Ik was vroeger ook zo tegenover mijn ouders. Ik wilde geen extra last zijn bovenop hun problemen. Ik herken die karaktereigenschap bij June, en wilde ook gewoon checken of ze echt oké was. Ze had er tenslotte een plusbroer en drie zussen bij op vrij korte tijd.”

“Je kan als ouder heel wat zelf bespreken met een 7-jarig kind” reageert professor Kinderpsychotherapie Patrick Meurs “maar sommige kinderen hebben nood aan een extra persoon om over dingen te spreken die ze zelf nog niet goed kunnen plaatsen.”

De meeste kinderen die bij hem komen zijn lagereschoolkinderen of adolescenten. De omstandigheden zijn telkens heel divers: het kan gaan om kinderen uit samengestelde gezinnen, om kinderen met een trauma, om kinderen die zich uitgestoten voelen omdat ze leerproblemen hebben, enzovoort. “Er zijn heel veel wegen die naar de kinderpsycholoog of kindertherapeut leiden” zegt Meurs. Ook overbezorgde ouders? “Dat zou kunnen” zegt hij. Al gaat hij er zelf vanuit dat die ouders gewild hadden dat ze niet hadden moeten komen. 

“Spel is de taal van het kind”

“Kindertherapie is niet nieuw” zegt Meurs. Zo bestaat de opleiding waarin hij zelf werkt al 40 à 50 jaar. Al is het wel iets jonger en minder bekend dan de volwassenentherapie. 

Zelf gaat hij vooral te werk in een spelkamer. Zoals de naam het al zegt, mogen kinderen in die kamer spelen. Ze toveren dan bepaalde figuren tevoorschijn zoals een ridder, een boef, een verpleegster,… Het zijn aanknopingspunten voor Meurs om met hen in gesprek te gaan. “Want spel is de taal van het kind.”

Meurs vraagt de kinderen bijvoorbeeld wat die ridders, of ouders, of verplegers zoal verwachten, willen of voelen. Hij probeert de kinderen vervolgens te helpen om op een andere manier in het leven te staan, tegenover bepaalde vragen waarmee ze zitten.

Taboe

Er is nog steeds een taboe rond kindertherapie, al is het wel verminderd. Niet iedereen spreekt er even makkelijk over. Want met een kind naar de therapeut gaan, betekent ook dat je de kwetsbaarheid van je eigen ouderschap en je eigen gezin toont. Dat is dubbel: “Het is niet gemakkelijk, maar wel heel moedig”, besluit Meurs.

Lees ook: