"Met twee keer niks schiep ze een wereld"

22 november 2020
©Belga
Toni Coppers is bekend als misdaadschrijver, maar startte zijn carrière bij de radio. Hij blikt nostalgisch terug op coryfee Lutgart Simoens.

Het eerste dat ik deed toen ik elf jaar geleden naar Antwerpen verhuisde, was naar de Schelde fietsen en naar het water staren. Er hoorde een lichte melancholie bij, een verlangen naar een wereld die sinds mijn twaalfde alleen maar in mijn hoofd en mijn verbeelding had bestaan en wiens lokroep de jongen in mij een half leven later naar de meest exotische uithoeken van de wereld had gevoerd. Hoe dan ook voelde het als thuiskomen. Ik zag een schip op de Schelde en het zonlicht dat in duizenden scherven op de rivier uit elkaar viel en ik dacht voor de zoveelste keer aan die rode draad in mijn leven, aan de verbinding, de link tussen alles: de radio.

In mijn jeugd had ik een oude lampenradio op mijn kamer. Toen al een antiek stuk, gekregen van mijn oma. Mijn Blaupunkt Sultan had een minuut opwarming nodig voor hij geluid maakte. Maar daarna kwam de hele wereld naar binnen waaien in die kleine jongenskamer: sonore nieuwslezers van de BBC, vreemde stemmen uit Zagreb, nachtelijke berichten van Radio Moskou.
Op de middengolffrequentie ving ik geregeld flarden op van programma’s van de toenmalige Wereldomroep. Vooral “De ligging van de zeeschepen” boeide me mateloos. Een omroeper vertelde in welke wereldhaven een schip met Belgische bemanning aangemeerd lag, wat in die satelliet -en internetloze tijd belangrijk was voor het thuisfront. ‘De Fabiolaville’, zei een onbekende, lichtjes metaalachtige stem dan, ‘heeft de haven van Ho Chi Minh-stad verlaten en vaart naar Manilla.’ Ik lag ondertussen in het donker en bedacht er de beelden bij. Het was een fascinerende wereld voor een jongen als ik, onbereikbaar en exotisch. Ik zag me aan boord bij de afvaart in Antwerpen, toegejuicht door de omstaanders op de kaai, op weg naar het avontuur, op weg naar de wereld. De echte dan, waarvan ik vaag vermoedde dat hij een stuk groter en interessanter zou zijn dan die van mijn dorp.

De volgende jaren stuiterde mijn leven als een pingpongbal alle kanten op, weggeblazen door brute pech, stom geluk en dat onmisbare ingrediënt dat toeval heet. En toen het balletje geblutst maar min of meer intact bleef liggen, was ik tot mijn eigen verbazing stagiair-omroeper bij de Wereldomroep. Het eerste programma dat ik presenteerde, in die donkere, mythische studio met zijn warmoranje licht en glanzend gepolitoerd hout, was, echt waar, “De ligging van de zeeschepen”.

Ik was verrukt van daar te kunnen zijn, daar te kunnen zitten, ik keek tussen twee presentatiemomenten door mijn ogen uit en besefte dat ik waarschijnlijk nog nooit zo oprecht en intens gelukkig was geweest. Een aanval van pure en onversneden liefde voor dat simpele, elegante medium, een liefde die nog steeds niet is getaand.

Als u zich Lutgart Simoens met één beeld wilt herinneren, neem dat alsjeblieft dit: met twee keer niks schiep ze een wereld.

Een radiomaker en een schrijver hebben onder meer gemeen dat ze, als ze ook maar een knip voor hun neus waard zijn, met twee keer niks een wereld kunnen scheppen. Als u zich Lutgart Simoens met één beeld wilt herinneren, neem dat alsjeblieft dit: met twee keer niks schiep ze een wereld. Het is in haar leven zo vaak gezegd maar het klopt wel.

Je had een studio en een stem en wat er aan de andere kant uitkwam was een woonkamer met een sofa en zachte kussen onderaan je rug en een kopje of een glas van iets lekkers. En natuurlijk en bovenal een vrouw tegenover je. Niet zomaar een vrouw maar een moeder, een vriendin, een grote zus of die favoriete tante die je niet vaak zag maar die je met enkele raak gekozen woorden vreemd genoeg altijd kon troosten.

Dat, beste luisteraars, is de simpele, zuivere, onverwoestbare kracht van radio.

Beluister de column van Toni Coppers voor 'De toestand is hopeloos maar niet ernstig':

Ontdek de andere columns uit de uitzending: