"Met zes in een kleine festivaltent: daar was ik niet op voorbereid"

23 december 2017
Illustratrice Judith Vanistendael glipte binnen in Moria, het meest mythische vluchtelingenkamp van Europa. “Overal staan tentjes, overal zijn mensen. Je zit er zo dicht op elkaar dat ik begrijp waarom er rellen uitbreken.”

“Op Lesbos heb ik iets gezien waar ik totaal niet op voorbereid was”, getuigt Judith Vanistendael in De Ochtend.

Vanistendael reisde als illustratrice naar het Griekse eiland om er het registratiekamp Moria te bezoeken, waar elke dag nog gemiddeld 100 à 150 vluchtelingen aankomen. Gisteren waren er dat nog 224.

Alleen, eigenlijk is Vanistendael daar niet welkom. “Het is een heel waanzinnig kamp, want de pers is er niet toegelaten. Enkel geristreerde vrijwilligers en natuurlijk de vluchtelingen zelf.”

Stiekem

“Ik ben er heel erg stiekem binnengeraakt, langs de achterkant, via de ingang voor vrijwilligers. Ik had niks bij, enkel mijn identiteitskaart. Ik heb geen beelden gemaakt, dat is absoluut verboden. Zelfs mijn tekenmateriaal heb ik niet meegenomen. Ik heb gefotografeerd met mijn ogen.”

Middenin een kamp is alles veel heftiger

“Ondanks de vele filmpjes die ik bekeken had, was ik totaal niet voorbereid op wat ik zag. Als je middenin zo’n kamp zit, is alles veel heftiger: de geluiden, de geuren. Het is allemaal heel concreet, je kunt het aanraken.”

“In Moria worden vluchtelingen geregistreerd. Van daaruit worden ze in theorie gedispatcht naar andere kampen, maar dat gebeurt nog amper. Daar zitten meer dan 6000 mensen op een plek die eigenlijk gebouwd is voor 2500 vluchtelingen.”

Iglotentjes

“Je moet het je voorstellen. Daar stonden eerst containers. Dan hebben ze er tenten bijgezet van UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN. En daarna zijn daar gewoon van die Quechua-tenten bijgekomen, van die kleine groene iglotentjes waarin wij naar festivals gaan. En die staan daar overal op de grond, overal waar plaats is.”

“Overal staan tentjes, overal zijn mensen, massa’s mensen. En ik ben blijkbaar nog op een rustig moment binnengegaan, nog niet op het spitsuur.”

Je hebt nergens een plek om ook maar tot rust te komen

“Dat daar deze week rellen uitgebroken zijn, dat begrijp ik. Je zit zo dicht op elkaar, je hebt geen enkele plek om naartoe te gaan. Met zes zit je vaak in zo’n iglotent. Stel je voor hoe dicht op elkaar dat is. Je hebt nergens een plek om ook maar tot rust te komen. Dat is verschrikkelijk.”

“Een iglotent beschermt bovendien niet tegen de koude. Sommige tenten stonden op palletten, het soort houten palletten waar wij dingen mee transporteren, om enigszins droog te blijven. Toen ik er was, waren ze net tenten aan het inpakken met blauwe zeilen. Ook onder de tenten. Want veel tenten staan rechtstreeks op het ruwe beton. Die tenten gaan onmiddellijk kapot, die zijn absoluut niet voorzien op de koude, op regen, op sneeuw, op niks.”

Koude kikker

“In het begin, en dat vond ik heel akelig, deed dat niks met mij. Ik ben daar doorgewandeld, ik heb daar veel rondgekeken en ik was zo koud als een kikker.”

Het heeft drie weken geduurd voor ik iets op papier kreeg

“Ik ben dan thuisgekomen en begon tegen mijn man te vertellen hoe het geweest is. Daarop ben ik heel hard beginnen huilen. Ik heb een week nachtmerries gehad. Ik ben geen professioneel journalist die vaak naar zo’n plekken gaat, dus voor mij was dat heel choquerend. Het heeft drie weken geduurd voor ik iets op papier kreeg.”

“Ik weet dat het heel moeilijk is om in een reportage, getekend of met foto’s, te vatten hoe het daar is. Maar ik heb dat toch geprobeerd, na drie weken blokkade in mijn hoofd. Er zijn geen beelden van, nauwelijks, dus het was te belangrijk, vond ik.”

Herbeluister de getuigenis van Judith Vanistendael hier vanaf 1.21 uur.