Microbioloog Herman Goossens over superverspreiders: “Het gebeurt in gesloten ruimtes waar slecht geventileerd wordt”

25 mei 2020
© VRT
Volgens een nieuw wetenschappelijk artikel wordt 80% van de besmettingen met het coronavirus veroorzaakt door 10% van de besmetten. Microbioloog Herman Goossens zegt dat daar nog geen consensus over bestaat, maar merkt wel op dat die ‘superverspreiders’ vooral anderen besmetten in gesloten ruimtes. “Het zou ook kunnen betekenen, en dat is goed nieuws, dat we in de zomer misschien toch minder verspreiding gaan zien, en we een wat rustige zomer tegemoet gaan.”

Superverspreiders zijn bij sars-CoV-2 waarschijnlijk belangrijker dan gedacht. Dat schrijft ‘De Standaard’. De krant citeert uit een pas verschenen wetenschappelijk artikel van The London School of Hygiene & Tropical Medicine', en ook microbioloog Herman Goossens heeft het gelezen.

"Geen consensus"

“Het gaat om een model waarbij men berekend heeft dat 10% van de mensen verantwoordelijk zouden zijn voor 80% van de besmettingen. Maar ik moet onmiddellijk toevoegen dat daar geen consensus over bestaat binnen de wetenschappelijke literatuur” zegt hij in ‘De Ochtend’. Maar feit is wel dat er een aantal voorbeelden zijn waarbij 1 persoon of een beperkt aantal mensen telkens verantwoordelijk waren voor heel wat besmettingen. “Daar zijn verschillende redenen voor, en dat maakt het moeilijk om het precies te bestuderen. Maar een van de mogelijkheden zou kunnen zijn dat iemand een ‘aerosol’ veroorzaakt waardoor er veel meer verspreiding is.”

"Zingen of roepen produceert meer virus"

“We gaan ervan uit dat de verspreiding gebeurt door middel van druppeltjes op korte afstand, vandaar dus de social distancing. Maar er zijn misschien een aantal mensen die ook een ‘aerosol’ produceren waardoor ze op grotere afstand het virus zouden kunnen verspreiden.” Goossens haalt hier het voorbeeld aan van een epidemie bij een kerkkoor in Washington, waarbij 1 persoon tijdens het zingen veel mensen had besmet. “Zingen of roepen produceert meer virus, en misschien meer aerosol, en het zou een mogelijkheid kunnen zijn waardoor 1 bepaalde persoon meer mensen gaat besmetten.”

Zijn we dan al wat geholpen door minder luid te zingen en minder luid te roepen? “Het is belangrijk om te begrijpen hoe de transmissie van het virus gebeurt. Als we dat beter begrijpen kunnen we ook veel beter anticiperen” zegt Goossens. Denk bijvoorbeeld aan roepende marktkramers, of aan mensen die hevig ademen in een fitnesscentrum. Maar daarnaast kunnen er ook nog andere redenen zijn waarom de ene persoon het virus meer uitscheidt dan de andere. Zo hebben bepaalde mensen meer receptoren voor het virus. Of minder: jonge kinderen bijvoorbeeld. Daarom spelen ze een beperkte rol in de transmissie van het virus.

"Op een terras is er duidelijk veel minder risico"

Goossens merkt ook op dat de superverspreiders vooral anderen besmetten in gesloten ruimtes waar slecht geventileerd wordt. “Ik denk dat dat een belangrijke boodschap is voor de zomer, om zoveel mogelijk buitenshuis activiteiten te doen. En dat is ook belangrijk in de toekomst voor de horecasector: op een terras is er duidelijk veel minder risico. En als je dan toch binnenskamers bent: zorg dat er een heel goede ventilatie is, omdat je met een superverspreider zou kunnen te maken hebben die in een gesloten ruimte veel meer het virus zal verspreiden.” Denk maar aan de man in Korea die in de uitgangsbuurt 170 mensen had besmet. “Dat zagen we ook in skibars.”

"Misschien toch een rustige zomer"

“Het zou ook kunnen betekenen, en dat is goed nieuws, dat we in de zomer misschien toch minder verspreiding gaan zien, en we misschien toch een wat rustige zomer tegemoet gaan” besluit Goossens. En ondertussen kunnen we ons voorbereiden op de winter. Onthoud: ventilatie is daarbij erg belangrijk.

Beluister het gesprek met Herman Goossens via Radio 1 Select (Je hoort er de meest recente fragmenten van Radio 1)

Lees ook:

Radio 1 Select