"Mijn mantelzorg was opgebruikt"

9 maart 2020
© Radio 1
De partner van Bea Willems kreeg enkele jaren geleden de diagnose fronto-temporale dementie. Bea verzorgde haar man sindsdien thuis, en twee dagen in de week ging hij naar een dagcentrum. Ondertussen is de zorg voor haar te zwaar geworden en heeft ze hem permanent laten opnemen in een gespecialiseerd woonzorgcentrum. Wat betekent het als je de zorg voor je partner aan anderen moet overlaten?

“Op een bepaald moment was mijn mantelzorg opgebruikt, mijn batterijen geraakten niet meer opgeladen" vertelt Bea Willems in 'De Wereld van Sofie'. "En ik besefte dat ik een beslissing moest nemen, de beslissing om hem permanent te laten opnemen. Zo’n beslissing neem je natuurlijk niet zomaar. Met je verstand weet je dat al heel lang, maar het gevoel volgt niet. En dan kwam er het moment dat mijn kinderen zich meer zorgen maakten om mij, dan om hun vader. Ik ben altijd een bezige bij geweest, creatief, en dat begon af te brokkelen. Ik had geen energie en geen inspiratie meer.” 

"Zo'n beslissing moet je alleen nemen."

“Beslissen over wat er met de rest van je partner zijn leven gebeurt is dus allesbehalve eenvoudig. Dat gaat stapsgewijs. Ik wou er met hem over praten, maar dan zag ik hem rustig in de zetel zitten tv kijken en was er het gevoel : 'nee, ik kan het niet'. Je moet het alleen doen, zo’n beslissing nemen, je mag je ook niet laten beïnvloeden, elke situatie, elk gezin is anders.”

"Er is natuurlijk een schuldgevoel, een gevoel van te falen. Mijn man is zich bij momenten heel scherp bewust dat hij niet meer thuis woont. Andere momenten totaal niet. Wel merk ik dat de structuur in het woonzorgcentrum die ik hem niet meer kon geven, hem goed doet. Toen ik er uiteindelijk met hem over praatte, reageerde hij vrij apatisch. Maar ik weet dat hij intelligent genoeg is om te beseffen dat het voor mij niet meer ging."

"Ik ben nu letterlijk alleen, maar voel me veel minder eenzaam."

“De eerste weken na de beslissing was het keihard. Slapen en wenen, slapen en wenen. Want je geeft je partner af. Eenmaal buiten aan de deur van het woonzorgcentrum sta je daar alleen. Dan kom je thuis, je huis is leeg, je bent alleen. Je weet ook: hij komt nooit meer terug. Maar stilaan geraken de batterijen weer opgeladen. De stukjes van je leven die je onderweg bent kwijtgeraakt aan de zorg, raap je weer op. En het deel van de zorg dat wel nog doe - als ik hem ga bezoeken - doe ik veel beter, omdat ik me zelf veel beter voel. Ik heb ook mijn beeldhouw-atelier opnieuw geopend.”

“Ik voelde me als mantelzorger steeds eenzamer worden. Als je partner dementie heeft, word je uit het scenario geschreven. Je krijgt een nieuwe rol opgedrongen, maar je hebt daar geen script van. Nu ben ik letterlijk alleen, maar veel minder eenzaam.”

Lees ook:

Radio 1 Select