“Mijn papa zag mij en heeft me er zo uitgepikt. Hij wist, dat is mijn dochter”

11 december 2017
“Ik was nog klein, ik weet dat ik mijn zus haar hand de hele tijd vast had, in het vliegtuig en de luchthaven. Ik had dus nooit het gevoel dat ik alleen was”, vertelt Dalilla Hermans over haar komst naar België. Het was eind jaren tachtig, nog voor de Rwandese genocide. “Alles ging heel vlot. Ook het eerste moment bij mijn ouders was meteen van ‘Ah ja, dit is het’.”

De ouders van Dalilla Hermans en haar zus hadden geen foto van hen, in tegenstelling tot de andere wensouders, want het moest allemaal heel snel gaan. Ze wisten alleen dat het twee meisjes waren. “We liepen dan in een stoet op Zaventem, alle adoptiekindjes in hetzelfde outfitje. Mijn papa zag mij en heeft me er zo uitgepikt. Hij wist, dat is mijn dochter.”

Drie ouders

Ze heeft drie ouders, zegt Dalila, want met haar biologische moeder, heeft ze een goed contact. “Ze heeft ons nooit bewust afgestaan. Het was een tijdelijke oplossing en haar was verteld dat er de mogelijkheid was om ons te komen halen.”

Op één of andere manier hebben mijn drie ouders altijd het beste gedaan voor ons. Ze hebben altijd hun eigen gevoelens en verlangens aan de kant geschoven.

Dat ze haar kinderen nadien niet terugkreeg was niet gemakkelijk, maar ze zette zichzelf aan de kant voor het geluk van haar kinderen. “Op één of andere manier hebben mijn drie ouders altijd het beste gedaan voor ons. Ze hebben altijd hun eigen gevoelens en verlangens aan de kant geschoven. Mijn moeder deed dat door ons af te staan en te beseffen dat we nadien gelukkig waren bij mijn ouders. Ze wilde dat niet in de weg staan. Mijn ouders hebben het gedaan door te zeggen: onze deur staat altijd open voor jullie moeder.”

Dat het een noodzakelijke beslissing was van haar moeder, om haar kinderen af te staan, weet Hermans zeker. “Als ze ons nooit op het vliegtuig had gezet, waren we hier nu niet. Er zijn bewijzen van: voor de genocide zijn dodenlijsten opgesteld. Daar stonden onze namen op.”

Eén groot gemis

Dankzij die beslissing kon ze samen met haar zus genieten van een fijne jeugd in een warm gezin. Of ze het toch met iets moeilijk heeft gehad als adoptiekind? “Je afvragen wie je bent. Maar elke puber heeft dat. Alleen, als je geadopteerd bent, kan je dat niet toetsen aan je ouders, want je lijkt niet op hen.”

Je afvragen wie je bent. Maar elke puber heeft dat. Alleen, als je geadopteerd bent, kan je dat niet toetsen aan je ouders, want je lijkt niet op hen.

Toch is er nog één gemis. “Het grootste verdriet dat ik heb, is het niet kennen van mijn biologische vader.” Van hem weet ze bijna niets. “Hij was soldaat in het leger van Kagame en heeft Rwanda na de genocide mee bevrijd. Ik ben zijn graf gaan zoeken, maar heb het nooit gevonden. Dat blijft een gat.”

Lees ook