"Moeten we kritisch zijn en duidelijk maken dat chauvinisme ook een fiscale dimensie heeft?"

14 mei 2019
© Radio 1
"Wat moeten we denken van de Rode Duivels die luidkeels de Brabançonne mee zingen, maar wel met een auto met Luxemburgse nummerplaat van hun Luxemburgse portretvennootschap naar de training komen?" Michel Maus schreef een column over fiscaliteit en vaderlandsliefde. En dan gaat het natuurlijk ook over de wedloop van liefdadigheid tussen Frankrijks rijkste families, om de Notre Dame weer op te knappen.

Chauvinisme

Fiscaal wonderland stond de afgelopen weken weer in rep en roer. De aanleiding deze keer was de brand in de Notre-Dame van Parijs, onmiddellijk gevolgd door een nooit geziene wedloop van liefdadigheid tussen Frankrijks rijkste families. Nadat de Franse president Macron op de dag zelf van de brand had aangekondigd dat de Notre-Dame zou gerenoveerd worden, liet de Franse zakenfamilie Pinault weten dat zij 100 miljoen euro zou vrijmaken om de beroemde kathedraal in ere te herstellen. Enkele uren later kondigde Bernard Arnault aan 200 miljoen euro te schenken voor de heropbouw, en dit voorbeeld werd gevolgd door de familie Bettencourt en andere vermogende families. Boem patat, 700 miljoen euro aan giften voor de Notre-Dame in nauwelijks 24 uur. Il faut le faire.

Maar in plaats dat overal in Franrijk de loftrompet werd boven gehaald om zoveel vaderlandsliefde, werden in tegendeel de pennen in vitriool gedoopt. Zo rees bijvoorbeeld de kritiek dat de Franse miljardairs, Victor Hugo-gewijs, wel geld konden geven aan de Klokkenluider van de Notre-Dame, maar niet aan Les Misérables in de straten van Parijs, hiermee refererend naar het gele hesjes protest. Daarenboven werden de wilde weldoeners ook fiscale optimalisatie verweten aangezien cultuurgiften in Frankrijk tot 90% aftrekbaar kunnen zijn. De familie Pinault heeft hierop onmiddellijk geanticipeerd door publiekelijk mee te delen dat zij geen gebruik zou maken van de fiscale giftenaftrek. Een dag later liet ook, een door de kritiek “verbijsterde” Bernard Arnault, via de media weten eveneens af te zien van het fiscale gunstregime voor giften. 

Het feit dat voornamelijk Bernard Arnault, die toch als rijkste Fransman een schenking van 200 miljoen euro had gedaan, zo zwaar door de Fransen op de korrel werd genomen, mag misschien voor de man zelf verbijsterend zijn geweest, helemaal verassend was de kritiek niet. De Fransen zijn immers niet vergeten dat de familie Arnault toch een zekere reputatie heeft op het vlak van belastingontwijking. Een paar jaar terug nam Bernard Arnault immers de fiscale vlucht naar België en wou hij zelfs tot Belg genaturaliseerd worden. Dit keert nu als een boemerang terug, waardoor de man hypocrisie wordt verweten.

De vraag is natuurlijk of die kritiek terecht is. Wel om te beginnen heeft Bernard Arnault, net zoals iedereen het recht om op zoek te gaan naar wat fiscalisten “de minst belaste weg” noemen. Als hij dat wil kan hij zonder probleem zijn vaderland puur om fiscale redenen verlaten. En daar kunnen overigens best gegronde redenen voor bestaan, zoals een krankzinnig hoge belastingdruk. Maar anderzijds weet Bernard Arnault evengoed, dat voor elke euro belasting die in Frankrijk wordt ontweken, iemand anders in Frankrijk een extra euro belasting zal moeten betalen. En net daar wringt het schoentje. Als iemand de mening is toegedaan dat men in plaats van belasting betalen, het algemeen belang evengoed kan dienen via een filantropische geste, tja, dat getuigt toch van een zekere vorm van superioriteitsgevoel. Het is dan ook niet voor niets dat de Nederlandse journalist en historicus Rutger Bregman veel bijval kreeg door op het World Economic Forum in Davos te verkondigen dat het gedaan moet zijn met al dat gepraat over filantropie, en dat we moeten gaan praten over wat echt belangrijk is: belasting, belasting, belasting.

En hiermee komen we tot de volgende vraag. Hoe moeten we als maatschappij nu reageren wanneer belangrijke personen uit het bedrijfsleven, de sport of de culturele wereld hun land fiscaal ontvluchten of allerlei constructies opzetten om nationale belastingen te ontwijken, maar dan wel plotseling in een chauvinistische opwelling uitpakken met een of ander vorm van vaderlandsliefde. Wat moeten we nu denken van de gigantische gift van Bernard Arnault voor de Notre-Dame? Wat moeten we denken van onze Monegask Philippe Gilbert wanneer die trots de Belgische winst in Paris-Roubaix opeist? Wat moeten we denken van de Rode Duivels die luidkeels de Brabançonne mee zingen, maar wel met een auto met Luxemburgse nummerplaat van hun Luxemburgse portretvennootschap naar de training komen? Wat moeten we denken wanneer Cédric Frère, kleinzoon van Albert Frère, benoemd wordt als Regent van de Nationale Bank?

Moeten we als maatschappij hierin meegaan en mee uiting geven aan onze nationale trots en fier zijn op wat het land heeft voortgebracht? Of moeten we net kritisch zijn en duidelijk maken dat chauvinisme ook een fiscale dimensie heeft? Volgens mij mag daar wel eens een debat over gevoerd worden.

Lees ook: