Muziek is iets om naar te luisteren. Dat was ooit anders.

30 november 2019
Het moet zo ergens rond 1800 geweest zijn dat we anders over muziek zijn gaan denken: als iets om naar te luisteren. Daarvoor was muziek iets wat je deed. Meestal in groep, jong en oud samen. Denk: een Ierse pub met stamgasten die zich niet kunnen inhouden. De ene grijpt naar een viool, de andere naar de soeplepels, die met zijn rosse krullen begint te zingen en het hele café valt in. Maar dan in de Middeleeuwen.

Vandaag is muziek een afspeellijst op Spotify. Met altijd weer exact dezelfde uitvoering van exact dezelfde nummers.

Dat is al zo sinds de uitvinding van de cd, nee, de grammofoonplaat, nee wacht, sinds de uitvinding van de muzieknotatie. Dat was ergens in de 11de eeuw.

Van muzikanten wordt niet meer verwacht dat ze kunnen improviseren*, maar wel dat ze muziek zo goed mogelijk kunnen reproduceren. Exact zoals de componist het bedoeld heeft. Ook in de concertzaal of tijdens de koningin Elisabeth Wedstrijd. Je musiceert niet meer, je voert een werk uit. Tot op de noot precies. En dat zorgt voor stress.

Hoe houden we het voor de muzikant plezant? Dat is een van vragen die prof. dr. Marlies De Munck zich stelt in haar essay ‘De vlucht van de nachtegaal’. Wordt het niet hoog tijd dat we weer anders naar muziek gaan kijken? Of nee: luisteren. Zij denkt van wel. En ze komt het graag uitleggen aan onze keukentafel.

Waarna wij in samenzang zullen uitbarsten.

 

* Improvisatie is niet meer van deze tijd. Tenzij in de jazz. En de blues. En de folk. En allez, de rockmuziek ook. Maar nergens anders. (Valt het op dat we met 'muziek' eigenlijk vooral 'klassieke muziek' bedoelen?)

Radio 1 Select