Na corona: Belgen willen zich minder verplaatsen en meer telewerken

10 juli 2020
Ook na de coronacrisis willen veel mensen blijven werken van thuis uit. Dat blijkt uit een onderzoek van de federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer bij 2.000 landgenoten. Maar willen is niet per se hetzelfde als mogen. Wat zullen de gevolgen zijn voor de files in de spitsuren?

Dat de coronacrisis een impact heeft op het mobiliteitsgedrag, was vooral duidelijk tijdens de lockdown (18 maart tot 3 mei). Voordien gingen de deelnemers aan de enquête gemiddeld 4,6 dagen per week naar de werkplek. Tijdens de lockdown was het aantal dagen gezakt naar 2,1 dagen per week. Sinds de lockdown versoepeld is, is het aantal weer lichtjes gestegen tot 2,9 dagen per week

Ook voor zaken als boodschappen gingen de deelnemers tijdens de lockdown minder vaak de deur uit (- 40 procent verplaatsingen). Wel gingen ze meer naar buiten om te fietsen (+ 22 procent) of te wandelen (+ 33 procent). 

Impact op lange termijn

27 procent van de deelnemers denkt dat de coronacrisis ook op lange termijn invloed zal hebben op hun mobiliteit. 20 procent houdt zich voor minder verplaatsingen te maken. Ze zijn vooral van plan minder naar het buitenland te reizen (27 procent) of zich minder snel te verplaatsen om boodschappen te doen (19 procent).

Sommige deelnemers denken dat het aantal dagen dat zij zich naar het werk zullen begeven in de toekomst zal dalen van 4,6 (cijfer van voor de lockdown) naar 4,3 per week. Dat is een voorzichtig antwoord. Want als zij zelf mochten beslissen hoeveel dagen ze op het werk aanwezig moeten zijn, dan zou dat maar 3,9 dagen per week zijn.

Telewerk houdt de deelnemers aan de enquête duidelijk bezig. Van de deelnemers die nu al van huis uit werken, of dat tijdens de lockdown hebben mogen doen, zegt 62 procent dat ze het aantal dagen dat ze thuis werken willen verhogen met gemiddeld 2,6 dagen per week. Als belangrijkste reden geven ze aan dat ze positieve ervaringen hebben met telewerk. Angst om op het werk (of op weg ernaar) besmet te raken lijkt minder mee te spelen.

Manier van verplaatsen

De coronacrisis heeft niet alleen een invloed op het aantal verplaatsingen dat de deelnemers maken, maar ook op de manier waarop ze zich verplaatsen. Zoals eerder vermeld, komen de deelnemers meer naar buiten om recreatief te fietsen of te wandelen. Maar ze fietsen of wandelen ook meer naar het werk (22 procent nu, 16 procent voeger). Ook nemen ze meer de wagen naar het werk (65 procent nu, 56 procent vroeger). Dat gaat vooral ten koste van het openbaar vervoer. Het aantal deelnemers dat de trein, tram, bus of metro naar het werk neemt, is gedaald van 25 naar 11 procent.

De reden waarom het openbaar vervoer minder populair is geworden, is angst om besmet te geraken. Die angst is het grootst op metro, tram en bus (48 procent van de deelnemers heeft er angst voor) en iets minder uitgesproken op de trein (41 procent).

Onze verkeersexpert Hajo Beeckman valt het op dat de deelnemers aan de enquête meer aan telewerk willen doen. Al heeft hij wel een bedenking bij hun wens: "Er is natuurlijk een verschil tussen wat werknemers willen en wat werkgevers in de toekomst zullen toelaten. Het resultaat zal zeker ergens in het midden liggen. Het is wel zo dat veel bedrijven tijdens de lockdown voor het eerst – noodgedwongen – kennis hebben gemaakt met het principe van telewerk, en de meeste specialisten zijn het erover eens dat het corona-effect op telewerk voor een deel zal blijven. Eind juni werkten 10 tot 15 procent van de Belgische kantoormedewerkers nog voltijds of deeltijds thuis, dat is een veelvoud van het percentage voor corona." 

Vooral voelbaar in de ochtendspits

Beeckman gelooft wel dat de tendens om meer aan telewerk te doen vanaf september tot minder pendelverkeer zal leiden op onze wegen: "Jazeker, en er is een grote kans dat dat ook een effect heeft op de files in de spits. Tenminste: in de ochtend, want dan is het pendelverkeer dominant op de weg. In de middag en avond zijn het vooral het diensten- en vrijetijdsverkeer dat – naast het pendelverkeer - de files veroorzaakt. Dat was deze en afgelopen week al zichtbaar op de weg: de ochtendspitsen zijn veel minder zwaar dan de avondspitsen, die laatste waren ronduit lastig. Het is goed mogelijk dat die trend zich vanaf september voorlopig doorzet."

Beeckman wijst er voorts op dat uit de enquête blijkt dat de Belg nog niet meteen bereid is zijn wagen op te geven. De fiets gaat er wel op vooruit, maar dat is dan vooral omdat mensen angst hebben voor het openbaar vervoer. “De resultaten lijken aan te tonen dat het langetermijneffect niet spectaculair zal zijn. Het is zeker zo dat veel Belgen zich voorgenomen hebben om meer te fietsen of te wandelen, maar dit vertaalt zich vooral in nieuwe recreatieve verplaatsingen. Voor het woon-werkverkeer zullen we globaal slechts een lichte stijging van het aandeel van de fiets of te voet zien, ten nadele van het openbaar vervoer, maar het effect naar en in de grotere steden zal een stuk meer uitgesproken zijn."

Game changer

Beeckman acht het wel mogelijk dat het openbaar vervoer weer aan populariteit zal winnen zodra er een vaccin tegen het coronavirus is. Ook wijst hij erop dat heel wat steden, met Brussel op kop, intussen extra fietspaden hebben aangelegd. Dat zou gelegenheidsfietsers kunnen overtuigen om ook na de coronacrisis voor de fiets te blijven kiezen als belangrijkste vervoersmiddel voor het woon-werk verkeer en het zal ook nieuwe fietsers aantrekken. Zo wordt corona dan wellicht toch een belangrijke game changer voor de fiets.

Luister naar een gesprek met Thomas De Spiegelaere (Woordvoerder FOD Mobiliteit) in De ochtend:

Bron: vrtnws.be en De ochtend

Radio 1 Select