Na een druppel testosteron hebben vrouwen wél richtinggevoel

8 december 2015
Vergeef ons die genderstereotiepe kop. Maar nu we de aandacht hebben, willen we die graag richten op interessant onderzoek over geslachtsgebonden ruimtelijk inzicht.
 
Mannen kunnen parkeren en kaartlezen, vrouwen (moeders!) kunnen dingen terugvinden in een rommelige omgeving. Die stellingen behoren tot de canon van de man/vrouw-clichés.
 
Onderzoekers van de Norwegian University of Science and Technology hebben nu onderzocht of die verschillen cultureel bepaald zijn, of veroorzaakt worden door geslachtshormonen.
 
Bij een eerste experiment moesten mannen en vrouwen een uur lang de plattegrond van een virtueel labyrint bestuderen. Vervolgens werden de proefpersonen onder een fMRI-scanner geplaatst. Met behulp van een 3D-bril en een joystick moesten ze door het labyrint navigeren. Wat bleek? Mannen bereikten de helft vaker binnen de gegeven tijd het gestelde doel. 
 
De scans toonden dat mannen vaker de hippocampus gebruiken, en vrouwen de frontale hersengebieden. Dat leidt tot een andere navigatiestrategie: mannen gaan recht op de eindbestemming af, vrouwen oriënteren zich met behulp van bepaalde herkenningspunten langsheen de route. 'Voorbij de kapper, en dan aan de winkel rechts'. Dat voorbeeld komt niet uit een sketch van Loslopend Wild, maar van hoofdonderzoeker Carl Pintzka.
 
Hij haalt er ook onze voorouders, de jagers (mannen) en verzamelaars (vrouwen) bij. "Daardoor zijn onze hersenen waarschijnlijk anders geëvolueerd. Andere onderzoekers hebben vastgesteld dat vrouwen beter dan mannen voorwerpen kunnen lokaliseren. Simpel gezegd: vrouwen vinden sneller dingen in huis terug, mannen vinden het huis sneller terug." 
 
Tijdens een tweede experiment werden alleen vrouwen getest. De helft kreeg daarbij een druppel testosteron onder de tong, de andere helft een placebo. De getesteroniseerde vrouwen bleken niet echt beter in het vervullen van de navigatietaken, maar ze gebruikten wel meer de hippocampus en ze kenden de plattegrond beter. 
 
Of dat ook nog iets oplevert? De onderzoekers hopen dat hun studie kan bijdragen aan de strijd tegen Alzheimer. Verlies van richtinggevoel is een van de eerste symptomen van die aandoening.
 
Hoe het ook zij, we kennen een hersenonderzoeker die ook virtuele navigatietaken liet uitvoeren onder een fMRI scanner. Iemand met een wel heel toepasselijke naam, overigens. Benieuwd naar zijn appreciatie van dit Noorse onderzoek.