"Na twintig minuten stijf en sufgebeukt te zijn, werd ik opnieuw de kamer uitgeduwd"

14 februari 2017
"Na twintig minuten stijf en sufgebeukt te zijn, werd ik opnieuw de kamer uitgeduwd"
Deze week wordt het middagjournaal bijgehouden door columnist, schrijver en fervent Twitteraar San F. Yezerskiy. Hij ging op medisch onderzoek en kan het gelukkig navertellen.
MIDDAGJOURNAAL 14/02/2017

Ik word stilaan een oude man. Eén ding dat je als oude man nooit mag doen, is een routinebezoek bij de huisarts afsluiten met de zin: ‘o ja, waar ik ook nog last van heb, is dit.’ Voor ik het wist stond ik weer buiten met een doorverwijzing naar het ziekenhuis, omdat er al jaren een hinderlijke pijn in mijn been zit die niet eens zo bijzonder lastig is.

Maar mijn protest heeft zelden effect op mensen, dus kon ik gisterennamiddag naar het UZ voor een scan waarvan ik dacht dat hij alleen bestond in ziekenhuisseries op zenders waar ik nooit naar kijk.

Ik moest een hele tijd wachten, als straf omdat ik niet de juiste papieren had meegebracht, maar zodra het eindelijk mijn beurt was, kon alles niet snel genoeg gaan. Ik kreeg een formulier in mijn handen geduwd waarmee ik beloofde niet te zullen klagen wanneer er iets zou foutlopen. Nog voor ik klaar was met lezen wát er zoal kon foutlopen, werd het papier mij weer afgenomen en duwde een stagiaire mij in een cabine waar ik mijn warme kleren moest inwisselen voor een ziekenhuisschort. Ik was nog in volle strijd met de twee riempjes die op een of andere manier achter mijn rug moesten worden toegeknoopt, toen de deur aan de andere kant alweer openzwaaide.

Gelukkig had ik mijn bril moeten achterlaten: daardoor zag ik maar de hélft van de waarschuwingsborden onderweg naar de onderzoekszaal, waar ik werd vastgegespt op een tafel en door een grote tube in de machine werd geschoven. ‘Zeker niet bewegen,’ riep iemand vanuit de verte, ‘anders moeten we opnieuw beginnen. Het zal zo’n twintig minuten duren.’

De machine maakte een oorverdovend, zenuwslopend lawaai. Ik probeerde de tijd te laten vooruitgaan door aan helemaal niets te denken en in het gehamer van de magneten een melodie te herkennen – een beetje zoals Björk in die ene film van vroeger waarin ze blind was. Aan niets denken lukte niet: hoe meer tijd er voorbij ging, hoe nerveuzer ik werd dat ik die tijd zou moeten overdoen. Ik voelde hoe mijn been uit zichzelf begon te trillen.

Dat laatste was blijkbaar niet zo’n groot probleem, dus werd ik na twintig minuten stijf en sufgebeukt opnieuw de kamer uitgeduwd. ‘Eerste kleedhokje rechts,’ zei de verpleger, maar toen ik die deur opentrok, stond ik oog in oog met een man in onderbroek, die met gekruiste armen op een kruk zat te wachten tot hij aan de beurt was. ‘Of de tweede rechts, dat kan ook’, klonk het achter mij. Ik had me half weer aangekleed toen het licht in de cabine uitviel. Ik deed de rest op de tast, opende de deur en stond alleen in een lege gang. In het tempo van een oude man begon ik te lopen naar waar ik dacht dat de uitgang was.