Nederland start moeizaam op de Olympische Spelen. Sportpsycholoog: "Al veel nazorg moeten bieden"

28 juli 2021
Annemiek van Vleuten (Foto: Belga)
De Olympische Spelen zijn voor het Nederlandse team moeizaam op gang gekomen. Er waren een aantal coronabesmettingen, de val van Mathieu van der Poel, de miscommunicatie in de wegrit bij de vrouwen, en de aanrijding tussen een BMX'er en een official. "Het is al wat geweest", zegt Paul Wylleman, hoogleraar sportpsychologie aan de VUB die in Tokio is met het Nederlandse team.

"We hebben geprobeerd om snel controle te krijgen over die coronagevallen, maar het is zwaar om zoiets mee te maken en de impact op sporters en coaches is groot", zegt Wylleman.

"Als je besmet bent, word je zonder boe of ba afgevoerd naar een quarantainehotel. Je neemt een sporter weg uit z'n habitat en routine. Ik probeer dan structuur aan te brengen en te helpen de emoties te verwerken."

"Als je thuis in isolatie moet, verblijf je tenminste in een bekende omgeving en heb je invloed op je dagritme. Dat is in Tokio anders. Je komt terecht in een bescheiden quarantainehotel en de organisatie bepaalt wanneer je je kamer kan verlaten."

"Het is ook belangrijk dat de besmette sporters contact kunnen blijven houden. Als je in afzondering gaat verlies je alle menselijke contact, behalve wanneer je je eten moet ophalen. Er is veel nazorg nodig. Stel je maar eens voor dat je op een kamertje zit te kijken naar een wedstrijd waar jij bij had moeten zijn, een wedstrijd die voor jou een hoogtepunt had moeten worden."

Beluister het gesprek met Paul Wylleman via Radio 1 Select.

Lees meer: