Neen tegen een CO2-taks

4 februari 2019
Columnist Michel Maus heeft zijn bedenkingen bij een CO2-taks.

Het klimaat is hot, zowel letterlijk als figuurlijk, en dankzij de druk van protesterende scholieren en de komende verkiezingen beheerst de klimaatproblematiek nu reeds verschillende weken de media.

Ondertussen zijn zowel politici als academici in de pen gekropen en de laatste dagen regent het voorstellen waarin wordt gepoogd een duurzaam antwoord te bieden op de klimaatproblematiek. Wat opvalt is dat heel wat van deze voorstellen een fiscale inslag hebben. De voorstellen voor een kilometer-heffing voor personenwagens, een eco-taks op vliegtuigtickets, een stimulus voor thuiswerk, een CO2-taks etc., hebben allen gemeen dat ze via de fiscaliteit de bedrijven en de burgers ecologisch proberen te sturen.

Het fiscale voorstel dat ondertussen het meeste aandacht heeft gekregen is de invoering van een CO2-taks. Dit voorstel is niet nieuw, maar werd recent terug gelanceerd door een aantal vooraanstaande Amerikaanse economen, waaronder verschillende Nobelprijswinnaars. Dit voorstel heeft ondertussen ook zijn weg gevonden naar het Belgisch debat.

Gezinnen

Het idee achter de CO2-taks voor bedrijven, is dat bedrijven door de belasting extra fiscale kosten zullen moeten dragen die ze dan zullen verrekenen in hun prijzen, hetgeen de consumentenvraag naar hun producten zal doen afnemen. Dit zou bedrijven dan weer moeten inspireren om zuiniger met energie om te springen. Wat de CO2-taks voor gezinnen betreft, denkt men dat de belasting ervoor kan zorgen dat ook gezinnen de overstap zullen maken naar bijvoorbeeld een meer eco-vriendelijke mobiliteit en een zuiniger manier van verwarmen. 

Om tegemoet te komen aan de kritiek dat het hier om een platte belasting zou gaan, wordt voorgesteld om de opbrengst van de belasting enerzijds te gebruiken om bedrijven te ondersteunen in hun ecologische transitie en anderzijds ook om een gedifferentieerd dividend uit te keren aan de gezinnen.

Gele hesjes

Het voorstel om een CO2-taks in te voeren mag misschien wel op het eerste zicht positief lijken vanuit economisch perspectief, maar wat men echter schromelijk uit het oog verliest is de fiscale psychologie. VTM nieuws publiceerde de afgelopen dagen de resultaten van een klimaatenquête waaruit blijkt dat slechts 3 van de 10 bevraagden bereid is om een klimaatbelasting te betalen. De overheid doet er goed aan dit signaal niet te negeren. De recente geschiedenis toont immers aan dat dit politiek nefast kan zijn. Denk onder andere maar aan het protest tegen de Turteltaks en de halve revolutie van de Franse gele hesjes als reactie op een vrij summiere accijnsverhoging op brandstof. Het is dan ook zowel politiek als maatschappelijk vrij gevaarlijk om een CO2-belasting in te voeren die enerzijds de gezinnen rechtstreeks zal treffen en anderzijds ook onrechtstreeks zal raken aangezien bedrijven de kost van hun CO2-taks zullen afwentelen op de consument. Het feit dat men voorstelt om de opbrengst te herverdelen onder andere via een dividend zal hier niets aan wijzigen, want dit betekent dat de belasting eerst moet betaald worden alvorens die herverdeeld kan worden en dat ligt sociaal zeer moeilijk, zeker voor de 20% van de gezinnen die het nu reeds financieel moeilijk hebben. Bovendien zorgt men ook voor een dubbele kost voor de bedrijven en de burgers indien men hen enerzijds onderwerpt aan een CO2-belasting en anderzijds van hen verwacht dat zij terzelfdertijd ook ecologisch gaan investeren. Dat werkt uiteraard contraproductief.

Eco-normen

En wat is dan het alternatief? Een CO2-taks heeft net als elke andere zonde-belasting, zoals een suikerbelasting, de accijnzen op alcohol, een kilometerheffing, een vliegtuigtaks etc., hoofdzakelijk als doel om sturend te werken. De vraag is of de overheid ook zonder hulp van een bestraffende belasting klimaatgericht de maatschappij kan gaan sturen. Dat is uiteraard mogelijk. In plaats van burgers en bedrijven proactief fiscaal te gaan sanctioneren met een CO2-heffing, is het veel verstandiger om simpelweg aan iedereen eco-normen op te leggen en iedereen de mogelijkheid te bieden en tijd te geven om de omschakeling te maken. Wie de omschakeling niet maakt, kan dan achteraf eventueel fiscaal worden gesanctioneerd.

Een mooi voorbeeld van een dergelijk anticiperend milieubeleid is de elektrificatie van het wagenpark. Experten hebben duidelijk gemaakt dat de kostprijs van een elektrische wagen vanaf 2025 op hetzelfde niveau zal liggen als een vergelijkbare auto met een verbrandingsmotor. Dit heeft Noorwegen er toe gebracht om vanaf 2025 geen nieuwe diesel- of benzinewagens meer toe te laten. Frankrijk en Spanje volgen in 2040. In eigen land heeft CD&V het voorstel gelanceerd om vanaf 2025 enkel nog elektrische bedrijfswagens toe te laten. Dat zijn vrij duidelijke beleidslijnen, waarbij zowel de burgers, de bedrijven en de autoproducenten op kunnen inspelen en de tijd krijgen om de omschakeling te maken zonder hiervoor fiscaal te worden afgestraft.

Het politieke draagvlak voor een anticiperend milieubeleid zal allicht vele malen groten zijn dan voor een fiscaal penaliserende variant. De politiek zal zich dus zeer goed moeten beraden of zij al dan niet een CO2-taks wenst in te voeren. Het ergste wat de komende regering immers kan overkomen is dat de groene hesjes hun hesje ruilen voor een geel exemplaar.

Lees ook:

Radio 1 Select