"Neen, we moeten niet met alles kunnen lachen"

8 maart 2019
De praalwagen met Joodse karikaturen tijdens Aalst Carnaval was een foute inschatting en zat over de grens. Dat zegt Johan Verberckmoes, hoogleraar geschiedenis aan de KU Leuven en gespecialiseerd in humor. "Je kan pas over humor spreken als iedereen het grappig vindt."

De 91ste carnavalsstoet in Aalst is niet onopgemerkt voorbij gegaan. Er kwam namelijk heel wat kritiek op een van de meer dan 250 praalwagens. Het gaat om de wagen van carnavalsgroep De Vismooil’n, die als thema "Sabbatjoor 2019" had. In het logo van de groep is een karikaturaal afgebeelde Joodse man te zien, met dollarbiljetten op de achtergrond. De mannen in kwestie hebben ook kromme neuzen.

Enkele Joodse organisaties waren niet te spreken over de wagen en dienden een klacht in bij Unia, voor de "verwijzingen naar Nazi-spotprenten uit de jaren 30 van de vorige eeuw". Ook de Europese Commissie en Unesco reageerden scherp.

Volgens sommigen staat humor steeds vaker onder druk. Maar dat klopt niet, zegt professor Johan Verberckmoes, hoogleraar geschiedenis aan de KU Leuven. Hij is gespecialiseerd in humor. "Overal wordt er humor geproduceerd. Maar humor zit net op de grens van wat wij als norm zien in onze gemeenschap. Dan riskeer je dat je ook eens over die grens zit. Een berisping hoort er gewoon bij."

Terechte terechtwijzing

"Humor is een manier om iets te zeggen over de normen in onze samenleving. Maar het moet wel grappig zijn voor iedereen die je daarmee bereikt", zegt Verberckmoes. "Enkele Joodse organisaties en mensen vinden de praalwagen duidelijk niet grappig. En dan krijg je een terechtwijzing. Terecht in deze, denk ik. Dit was een foute inschatting van de carnavalisten, wat niet wil zeggen dat ze dat daarom opzettelijk hebben gedaan. Maar eigenlijk zou je dit op voorhand kunnen weten."

Maar moeten we dan niet met alles kunnen lachen? "Die stelling kan je onmogelijk verdedigen. Er is een hele reeks onderwerpen waar iedereen zich vrolijk over maakt en dan is dat humor. Maar soms stoot je op een grens, waarbij anderen zeggen dat iets helemaal niet kan."

Sommige mensen verwachten nu excuses vanuit de overheid. "Overheden hebben daarin zeker een rol te vervullen", besluit de hoogleraar. "Als het gaat om antisemitisme is het ook daar de taak van de overheid om daarop te wijzen."

Bron: dewereldvandaag/vrtnws

Herbeluister het gesprek 

Radio 1 Select