Niet voor gevoelige kiezers

2 juli 2019
© Belga
In haar nieuwe column vergelijkt CEO Inge Geerdens de carrière van politici met die van mensen uit het bedrijfsleven.

Niet voor gevoelige kiezers

Money, it's a crime
Share it fairly but don't take a slice of my pie
— Pink Floyd, 1973

Een maand na de verkiezingen zijn we nog steeds in blijde verwachting van een nieuwe regering. En dat op federaal en regionaal niveau. 'De impasse is compleet', lees ik in De Tijd. 'Surplacen in de Wetstraat', schrijft Bart Brinckman in De Standaard. Sfeer is goed. Zowel in het noorden als het zuiden van het land.

Intussen zitten de parlementsleden wat ongemakkelijk heen en weer te schuiven in hun respectievelijke halfronden. Een beetje technisch werkloos, zo zonder uitvoerende macht. Ik vraag me af of onze dames en heren politici daarbij noodgedwongen terugvallen op een werkloosheidsuitkering, zoals hun kiezers wel eens overkomt.

Die kiezers hebben de kaarten niet makkelijk geschud, klinkt het dan. Waarbij het niet altijd even duidelijk is of dat verontschuldigend of eerder beschuldigend bedoeld is.

Sommige politici kiezen eieren voor hun geld. Ze solliciteren elders. Zoals Didier Reynders, bijvoorbeeld. Al zag die een lucratieve post als secretaris-generaal van de Raad van Europa in extremis aan zich voorbijgaan aan de Kroatische politica Marija Pejcinovic Buric. Ook dat overkomt ons kiezers wel eens: we zijn niet altijd de juiste m/v voor een vacature, in weerwil van CV, referenties en motivatiebrief.

Anderen stoppen noodgedwongen, omdat ze niet meer verkozen raakten op 26 mei, zoals Siegfried Bracke. Of gewoon, omdat ze geen zin hebben om dat mandaat op te nemen. Zoals Pieter De Crem. In beide scenario's maken ze aanspraak op een soort ontslagvergoeding: ze krijgen hun parlementaire wedde een tijdlang doorbetaald. 40 maanden zelfs, voor onze ontslagnemende minister van Binnenlandse Zaken. Goed voor een slordige 390.000 euro bruto, weet De Tijd. Dat heet een 'uittredingspremie' in de politiek. Wat meteen een belangrijk verschil aantoont met het bedrijfsleven: 'premie' dat klinkt toch wat meer als een beloning dan 'vergoeding'. Niet? Het tweede overkomt ons kiezers ook wel eens. Het eerste nooit. Toch niet bij ontslag of vrijwillig vertrek. Waarom maken we eigenlijk die uitzondering voor onze politici?

Naar het schijnt is die premie nodig om politici de kans te geven zich professioneel te heroriënteren na afloop van hun mandaat. In Nederland noemen ze dat 'wachtgeld'. Na zoveel jaren ten dienste van het land, is het niet makkelijk om werk te vinden in de reguliere economie. Wat klopt natuurlijk. De meesten moeten zich tevredenstellen met een of meerdere bestuursmandaten bij een denktank, internationale instelling of een multinational die maar wat graag hun netwerk recupereert. Dat kan je bezwaarlijk een reguliere job noemen. Gelukkig beschikken wij kiezers over het nodige inlevingsvermogen en weten sommigen onder ons maar al te goed hoe moeilijk het is om je na een paar decennia te heroriënteren omdat je plots je werk kwijt was. Een beetje wachtgeld komt dan goed van pas.

De uittredingsvergoeding staat overigens los van het parlementaire pensioen*. Dat laatste hangt af van de duur van een mandaat. 

Ik vraag me af of de combinatie van de uittredingsvergoeding met het parlementaire pensioen veel ex-politici niet in een soort werkloosheidsval duwt. U weet wel, waarbij het economisch niet interessant is om ander werk te zoeken. Al zeker niet voor wie dicht tegen de 55 jaar aanzit, de wettelijke pensioengerechtigde leeftijd voor politici. Misschien kan de volgende regering daar wat aan doen? Als kiezer vind ik het wel belangrijk dat onze politici een faire behandeling krijgen. Het zijn net kiezers, mensen zoals u en ik. Toch?

*: Deze legislatuur werden de regels aangepast, maar verworven rechten blijven behouden. Wie sinds 2004 zetelt, heeft al de helft van zijn pensioenrechten opgebouwd. Jaren tussen 2014 en 2019 tellen mee als 1,25 gewerkte jaren, vanaf 2019 weegt een jaar niet langer extra door. Wie in 2019 voor het eerst in het Vlaams Parlement of de Kamer zetelt, moet dus 45 jaar werken voor een volledig pensioen. Bron: tijd.be

Lees ook:

Radio 1 Select