Niet wat, maar waar en wanneer is belangrijk bij mondmaskers: “Op dat vlak loopt België een beetje achter”

12 januari 2021
© Jasper Jacobs (Belga)
Heeft het zin om ook hier FFP2-maskers verplicht te maken op drukke plaatsen (zoals het openbaar vervoer en winkels) zoals de Duitse deelstaat Beieren doet? Infectioloog Koen Vanden Driessche zou het niet meteen doen, zegt hij in ‘De Wereld Vandaag’. Maar we hebben wel op andere vlakken winst te boeken, geeft hij aan.

Die FFP2-filters zijn die “eendenbekken” die heel nauw aansluiten op de wangen, zegt infectioloog Koen Vanden Driessche (UZA) in ‘De Wereld Vandaag’. “We herinneren ons misschien nog de foto’s van verpleegkundigen uit China en VS met doordrukwonden op het gelaat om ze te dragen. Ze zijn heel oncomfortabel om ze te dragen, maar ze beschermen wel maximaal jezelf. Ze houden meer dan 94% van de aerosolen tegen. Met een gewoon masker kom je moeilijk aan goede beschermende waarden.”

Toch zou Vanden Driessche het hier niet verplichten zoals in Beieren. “Ze zijn duur en je kan ze niet hergebruiken. Een zelfgemaakt masker kan ook heel goed zijn.” Hij verwijst naar #maakjemondmasker, een actie waarbij je kon leren hoe je zelf een mondmasker kan maken dat goed ademt en filtert.

Vanden Driessche brengt ook in herinnering dat FFP2-maskers in ons land op dit moment zelfs nog niet officieel worden aanbevolen voor medisch personeel dat de kamer van een coronapatiënt binnengaat, al dragen ze die in de praktijk gewoonlijk wel. "Om maar te kaderen dat ze in Beieren wel heel ver gaan met de aanbevelingen voor de medemens.”

"We hebben nog wel wat winst te boeken"

Maar niet alleen welk mondmasker je draagt is belangrijk, maar zeker ook waar en wanneer. Daar legt Vanden Driessche de klemtoon op. "Wat dat betreft loopt België een beetje achter. "Op het werk worden mondmaskers nog steeds enkel aanbevolen wanneer je geen anderhalve meter afstand kunt houden. Maar de meeste mensen besmetten maar in 10 procent van de gevallen iemand anders, terwijl anderen in één keer soms wel 100 mensen besmetten. Om die superverspreiding tegen te gaan, moet je ook denken aan de aerosolen die zich verder dan anderhalve meter verspreiden. Daarom ook dat de Wereldgezondheidsorganisatie sinds 1 december adviseert om ook een mondmasker te dragen in binnenruimtes die niet goed geventileerd zijn. Dat is in België nog niet het geval, en daar hebben we nog wel wat winst te boeken."

"Evolueren naar een rationeel gebruik"

De WHO adviseert ook -als daar een noodzaak en draagvlak voor is- om mondmaskers ook aan te bevelen bij jongere kinderen. Over een eventuele uitbreiding van de mondmaskerplicht naar 10-jarigen zat de Risk Assessment Group dinsdag samen. Koen Vanden Driessche maakt deel uit van die groep, maar mag niets kwijt over wat daar is gezegd tot de bevindingen gepubliceerd zijn.

"Het is natuurlijk gemakkelijk om te zeggen dat je ze altijd en overal moet dragen, maar als we nog lang met COVID zitten moeten we evolueren naar een rationeel gebruik. Ze dragen wanneer het er echt toe doet. Wanneer er veel aerosolen worden geproduceerd, dus met name wanneer er gepraat wordt. Bij praten worden er 10 tot honderden keren meer aerosolen geproduceerd dan bij gewoon ademen."

Beluister het gesprek met correspondent Judith van de Hulsbeek in Duitsland:

Beluister het gesprek met infectioloog Koen Vanden Driessche: 

Bron: vrtnws.be en 'De Wereld Vandaag'

Lees ook: