"Nieuw decreet mooi in theorie, maar soms meer nood aan hulpverlening"

22 september 2017
Een nieuw decreet in het jeugdstrafrecht wil meer verantwoordelijkheid bij de jongere leggen voor een gepleegd delict en deels afstappen van het beschermend model. De Hoge Raad voor de Justitie waarschuwt dat daardoor hulpverlening minder centraal staat in het decreet, hoewel dat in de praktijk soms noodzakelijker is dan bestraffing. Christian Denoyelle gaf uitleg over het advies van de HRJ in De Ochtend.

Sinds de zesde staatshervorming (2011) is Vlaanderen bevoegd voor het bepalen van de sanctie wanneer een jongere een misdrijf pleegt. Na grondig overleg heeft minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) de krijtlijnen vastgelegd voor een nieuw decreet. Hierover heeft de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ), die instaat voor het goed functioneren van de Belgische justitie, een advies uitgesproken. Over het algemeen is de raad vrij positief over het voorstel dat op tafel ligt, al hebben ze enkele bedenkingen.

In het nieuwe ontwerp van jeugddelinquentie wordt deels het beschermingsmodel verlaten en wordt er van de jongere verwacht dat hij zijn verantwoordelijkheid opneemt, dat hij ook de gevolgen daarvan inziet en de schade bij het slachtoffer en de maatschappij tracht te herstellen. Volgens de HRJ sluit dit voorstel aan bij de tijdsgeest en wat er leeft in Vlaanderen. Maar mag men niet uit het oog verliezen dat het in de praktijk niet zo eenvoudig is om een afscheiding te maken tussen delinquentie en de oorzaken ervan.

"Een jongen die zijn moeder slaat, is een misdrijf. Maar we moeten ons ook afvragen waarom die jongen zijn moeder heeft geslagen. Waren er in het verleden misschien problemen thuis. Of heeft de mama in het verleden misschien de jongen op een hardhandige manier aangepakt?", geeft Christian Denoyelle als voorbeeld.

Lees meer op vrtnws.be