Nieuw VN-klimaatrapport: “Het goede aan dit rapport is: het kan nog, we kunnen de uitstoot verminderen"

4 april 2022
In een nieuw groot klimaatrapport heeft het VN-klimaatpanel (IPCC) voor het eerst een prijs geplakt op het verminderen van het aantal broeikasgassen in de atmosfeer. Het gaat om ongeveer 20 tot 100 dollar (18 tot 90 euro) voor een ton CO₂-equivalent als we tegen 2030 onze uitstoot willen halveren.

"Dit is heel belangrijk, want zolang er geen prijs was, bleef het abstract", vertelt een van de hoofdauteurs, Inge Jonckheere aan VRT NWS. Het IPCC blijft de hoogdringendheid onderstrepen: "Het is nu of nooit. Maar het kan nog."

Na het algemene rapport over de (alarmerende) staat van ons klimaat en het recente impactrapport, gaat dit derde en laatste deel over "mitigatie", wat we kunnen doen om de klimaatverstoring te temperen en de impact ervan te verzachten. Het gaat dan om het verminderen van de broeikasgassen in onze atmosfeer.

Dat kan uiteraard het best aan de bron, door onze uitstoot van bijvoorbeeld CO₂ en methaan te verminderen maar ook door actief CO₂ uit de lucht te halen (de zogenoemde negatieve emissies), want we hebben al gigantisch veel broeikasgassen uitgestoten en het wordt steeds krapper om nog onder anderhalve graad opwarming te blijven. De broeikasgassen werken als een deken rond de aarde, waardoor de warmte van de zon minder goed kan ontsnappen en onze planeet steeds verder opwarmt.

De enige Belgische hoofdauteur in dit rapport is Inge Jonckheere. Zij werkt in Rome voor de FAO, de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties, waar ze onder meer bosbouw opvolgt. Jonckheere wijst erop dat het de eerste keer is dat een IPCC-rapport een concrete prijs vermeldt voor het verminderen van broeikasgassen.

Het gaat van 20 dollar (18 euro) of minder (door het aanplanten van bomen bijvoorbeeld) tot 100 dollar (90 euro) per CO₂-equivalent (andere broeikasgassen zoals methaan worden in waarde omgerekend naar CO₂ om één referentiewaarde voor de opwarming te hebben, nvdr).

"Er zijn heel concrete prijzen voor verschillende technieken", zegt Jonckheere. Er is heel wat CO₂ in de atmosfeer, de kostprijs kan dus oplopen, maar het is de moeite zeker waard, zegt Jonckheere: "We hebben berekend dat de kosten van klimaatrampen door de klimaatopwarming van een heel andere grootteorde zijn. Dus al zijn de bedragen nu erg hoog, het blijft voordeliger om te voorkomen eerder dan te genezen."

Dat er nu een prijs wordt vermeld, is heel belangrijk: "Zolang er geen prijs was, bleef het iets abstracts. Maar door het in de befaamde samenvatting van de tekst op te nemen, is het een directe boodschap voor beleidsmakers." Het kan beleidsmakers sneller triggeren om geld ervoor vrij te maken, omdat ze ook weten wat het concreet gaat opbrengen en wat ze gaan bereiken. "Het is ook een stimulans naar meer onderzoek in die bepaalde sectoren, of naar investeringen in bepaalde gebieden."

Het IPCC is optimistisch: met de genoemde kostprijs zouden we tegen 2030 naar een halvering van onze uitstoot kunnen gaan tegenover 2019. Naast CO₂ komt ook het op één na belangrijkste broeikasgas, methaan, steeds meer in het vizier: die uitstoot moet met een derde naar beneden tegen 2030. Dat alles is hard nodig om niet van het pad van maximum anderhalve graad opwarming af te dwalen. Het geld moet onder meer gaan naar:

  • meer groene energie zoals zonnepanelen en windmolens
  • minder uitstoot in een hele reeks sectoren, van de bouwsector over de chemische industrie tot de staalnijverheid
  • allerhande projecten waardoor we minder gaan uitstoten (mobiliteit en transport, anders gaan wonen, onze voedselconsumptie, meer materialen recycleren enz.)
  • steden, die goed zijn voor meer dan de helft van de wereldwijde uitstoot. Zij krijgen extra aandacht omdat het potentieel om daar een shift te maken heel groot is
  • projecten waarin de natuur (beter) haar werk kan doen en zelf CO₂ kan opnemen, bijvoorbeeld via veengebieden en extra bossen, of in onze oceanen
  • hoogtechnologische toepassingen om CO₂ uit de lucht te halen (zie later)

Anders gaan leven?

Het rapport heeft veel aandacht voor de sociale kant van de zaak, en ook dat is nieuw. Wat kunnen mensen concreet doen, en hoe kan een omschakeling naar minder broeikasgassen fair verlopen? Mensen in opkomende economieën zoals India en China willen ook wel hun graantje meepikken van een verbeterde levensstandaard, maar wat als ook zij meer vlees gaan eten of meer gaan autorijden?

We moeten in compactere steden gaan leven en dichter bij elkaar gaan wonen, schrijft het nieuwe rapport. We moeten meer plantaardige producten eten en minder voedsel verspillen.

"Door hoe we leven en door wat we eten hebben we ook een grote impact op die uitstootbudgetten. Mensen kunnen concreet iets doen in drie domeinen: luchtverkeer, voeding en de manier waarop we wonen", zegt Jonckheere. Want veel mensen wonen in steden en daar kunnen we een groot verschil maken door pakweg energiezuiniger te worden en onze verplaatsingen te reduceren of te vergroenen.

Een andere nuttige maatregel is het beperken van het eten van vlees. "We hoeven niet helemaal te stoppen met vlees, maar moeten het proberen te reduceren." Het zal er op aan komen de mensen in groeilanden mee te krijgen, en dat kan dan weer door beroemdheden die het goede voorbeeld geven op sociale media.

Minder uitstoot, maar toch ons comfort behouden

Tot nu toe is het reduceren van broeikasgassen vaak gelinkt aan economische achteruitgang. De twee zouden niet samen kunnen gaan: als we te veel snoeien in de uitstoot, zou de economie eronder gaan lijden en zouden we bijgevolg een stuk van onze levensstandaard verliezen in de westerse wereld.

Die stelling wordt nu tegengesproken in het nieuwste rapport. "Er zijn 24 landen in staat geweest om de voorbije tien jaar economisch te groeien, maar tegelijk de uitstoot te verminderen met gemiddeld 4 à 5 procent. Het is de eerste keer dat de koppeling van economische groei en het reduceren van emissies gemaakt wordt, wat heel belangrijk is. Want ik denk dat de algemene gedachte is: als je wil groeien, kan je niet je emissies verminderen. We leveren in in ons comfort en onze groei, als we werken voor het klimaat. Maar dit rapport toont dus aan dat dit niet zo hoeft te zijn."

Er is wel een kleine kanttekening: heel fel de uitstoot verminderen (wat nu nodig is) zou wel minder economische groei kunnen betekenen, maar dus nog altijd groei.

Negatieve emissies?

Net als in de vorige rapporten schetst ook dit klimaatrapport weer hoe prangend de situatie is en hoe snel de vermindering van onze uitstoot eigenlijk zou moeten gaan om onder anderhalve graad opwarming van onze planeet te blijven. Momenteel is het wereldwijd gemiddeld al 1,1 graden opgewarmd tegenover de periode 1850-1900. 

Ons zogenoemde koolstofbudget - het aantal ton CO₂ dat we nog mogen uitstoten om onder anderhalve graad opwarming te blijven - raakt stilaan op: aan het huidige tempo is het zelfs al over een tiental jaar opgebruikt. Zelfs als we er zouden in slagen om tegen 2030 naar een halvering van de uitstoot te gaan, wordt het heel krap. Bovendien zal er altijd een zekere CO₂-uitstoot blijven bestaan.

Het actief uit de lucht halen van CO₂ die nu al in de atmosfeer zit, zal dus steeds belangrijker worden, maar wetenschappers benadrukken dat dit geen excuus mag vormen om geen sterke inspanningen aan de bron te doen, of om scherpe emissiereducties uit te stellen.

Op de goede weg

Toch blijft het IPCC optimistisch in zijn rapport: "Sinds 2010 zijn de kosten voor wind- en zonne-energie en batterijen blijvend gedaald, tot zo'n 85 procent minder. Tegelijk is de capaciteit enorm gestegen. In 2019 is 37 procent van de wereldwijde elektriciteit gegenereerd door technieken die geen of weinig CO₂ produceren."

Het IPCC blijft wel hameren op de hoogdringendheid van de situatie: "Nu moet het gebeuren. We staan op een kruispunt, het is nu of nooit. Het kan, we kunnen tegen 2030 de uitstoot halveren tegenover 2019."

Luister naar Inge Jonckheere in De wereld vandaag

Bron: vrtnws.be en De wereld vandaag