NSZ: "Niet verkeerd als handelaars mensen van vreemde origine in de gaten houden"

7 september 2017
Blanke Vlamingen worden een pak beter behandeld in kledingwinkels dan mensen van vreemde origine. Dat is de conclusie van een masterproef van Dounia Bourabain. Christine Mattheeuws, voorzitter van het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen, reageert in "De Ochtend".

Mattheeuws wil eerst en vooral benadrukken dat een handelaar wil verkopen, ongeacht of iemand blank of zwart, of dik of dun is. “Een handelaar weet ook dat wanneer hij niet goed helpt dat de klanten naar de concurrentie stappen” zegt ze. Volgens haar is er dus geen andere behandeling. 

Wat ze wel begrijpt is dat handelaars mannen van vreemde origine nauwlettender in de gaten houdt. “Maar dat heeft niks met discriminatie of vooroordelen te maken” zegt ze. “De realiteit is helaas dat veel winkeldiefstallen nog steeds worden gepleegd door rondtrekkende buitenlandse daderbendes”.

Wanneer wij naar vergaderingen gaan bij de federale politie of wanneer we de cijfers horen van de projecten van Theo Francken horen we telkenmale dat rondtrekkende buitenlandse bendes actief zijn in België.

Maar is het dan geen racisme als men mensen van vreemde origine anders gaat behandelen dan een autochtoon? “Voor mij is dat geen andere behandeling” zegt Mattheeuws. “Iedereen die binnenkomt kan zeker zijn producten aankopen. En iedere klant is koning.”

Wij vinden het absoluut niet verkeerd als een handelaar met respect en fatsoen mensen van vreemde origine in de gaten houdt. Heel wat handelaars doen dat op een vriendelijke manier.

“Als je ogen te kort komt en er staan tien klanten in je zaak, is het evident dat je vooral je ogen zal richten naar degenen die potentieel het meeste kans maken volgens de statistieken om iets weg te nemen zonder te betalen” zegt Mattheeuws ook nog. “De meeste handelaars doen dat met respect. Want als ze dat niet doen, weten ze ook dat een groep niet meer in de zaak zal komen winkelen”.

En wat dan met kleinere dingen zoals al dan niet een goeiedag zeggen? “De verkoper weet heel goed bezig met wat hij bezig is” reageert Mattheeuws op die vraag. “Ik heb ook gelezen in het onderzoek dat vooral mannen worden aangesproken en eerst een goeiedag krijgen. Maar dat is ook om verkoopsredenen: bij mannen moet het snel gaan in een winkel, en dan worden ze graag snel aangesproken”.

“U kan dit discriminatie noemen, wij noemen dat bikkelharde realiteit” besluit Mattheeuws. “Maar de handelaars mogen niet alles overlaten aan de politie. Want veiligheid is een zaak van iedereen”.

Ze vindt dit alles zelf jammer voor alle mensen van vreemde origine die het heel goed menen.