"Oh, wat zijn wij toch zalig globaal. Tot je probeert 25 kilometer ver te verhuizen"

27 september 2017
In een wereld die steeds kleiner wordt, verhuizen we van Brussel naar New York en trekken we tussendoor nog zes maanden rond in Australië. Maar wanneer Geert Van Istendael 25 kilometer wilt verhuizen, van Brussel naar het Vlaamse platteland, blijkt de wereld toch terug een stukje groter.

Oh, wat zijn wij toch zalig globaal! Mondiaal! Kosmopolitisch.
Vandaag wonen wij in Brussel. Volgende week in New York. Volgend jaar Hongkong. Of Kaapstad. Voor een paar duizend kilometer draaien we onze hand niet om.

Tot je probeert 25 kilometer ver te verhuizen. Binnen ons koninkrijkje. Je hebt zowat een dozijn nieuwe aansluitingen nodig. Water. Elektriciteit. Telefoon. Internet. Je belt. Een zoetgevooisd stemmetje geeft je vierentwintig opties. Niet gewoon Frans/Nederlands of zo, nee, vierentwintig. Wat een weelde. Wat een nachtmerrie. Want lang wachten is verboden. Dan word je van de lijn gegooid. Dus je prikt lukraak iets. Bingo! De juiste! Een statistisch mirakel is dat. Je had namelijk 95,8 procent kans voor de verkeerde keuze. Maar niet te vroeg gejuicht.

Uw nieuwe huisnummer kan niet, zegt de mevrouw die je als bij wonder aan de andere kant van de lijn te woord staat. Dat nieuwe nummer bestaat uit één cijfer, één letter, tot zover niets aan de hand. Maar dan komt nog een cijfer. Akelig aanhangsel. Alle elektronische invulvakjes weigeren het botweg. De paus of de Europese Commissie, of voor mijn part God Google, hebben nu eenmaal beslist dat dit een zondig nummer is. Gelukkig heeft de mevrouw potlood en papier. Ze zal het regelen, zegt ze. Dan vraagt ze welk pakket ik wil. 'Hetzelfde als nu,' antwoord ik. 'Ja maar, dat pakket bestaat eigenlijk niet meer,' zegt ze. Ik had het kunnen weten. Mijn pakket is al meer dan één jaar oud. Dus van voor Jezus Christus. Goed. Ten langen laatste heb ik die aansluiting dan toch bemachtigd. Achtendertig minuten heeft het me gekost. Elektronica? Globalisering? Laat me niet lachen.