“Onder de oppervlakte stinkt het altijd”

13 april 2019
Deze week koos Bieke Purnelle haar ‘held van de week’. Ze ging het zoeken in de jeugdliteratuur, meer bepaald bij Bart Moeyaert, want van hem leest ze nog altijd heel erg graag boeken.

Lieve Bart,

Tussen veel ontmoedigend en frustrerend verkiezingsnieuws zat vorige week een blij bericht. Eindelijk had je hem, die Astrid Lindgren Memorial Award.

Al jaren vroeg ik me af wanneer iemand zou begrijpen dat jij hem al lang had moeten krijgen. En dat het hoog tijd werd om die onachtzaamheid recht te zetten.

‘Bart Moeyaert wint Nobelprijs voor de jeugdliteratuur’, kopten de kranten. Alsof een prijs die naar de beroemde Astrid Lindgren werd vernoemd niet even belangrijk kon zijn als een prijs met de naam van Alfred Nobel.

Ik denk dat Pippi en Ronja de wereld veel blijer hebben gemaakt dan dynamiet

Lindgren bracht Pippi Langkous en Ronja de Roversdochter tot leven. Nobel vond dynamiet uit. Ik denk dat Pippi en Ronja de wereld veel blijer hebben gemaakt dan dynamiet.

Ik groeide op in een ondermaats stadje waar weinig te beleven viel voor een ongedurig kind. Van pure verveling las ik de hele gemeentebibliotheek uit. Jeugdliteratuur was nog niet zo rijk en divers als vandaag.

De boeken die ik vond voerden kinderen en jongeren op als ondernemende helden die spannende avonturen beleefden. Ons leven was niet spannend.

Toen ik bijna 13 was, vond ik in diezelfde bibliotheek jouw debut, ‘Duet met valse noten’. Plat op mijn buik, op een spuuglelijke roze bedsprei, heb ik het boek verslonden.

Een boek over sukkelende tieners en een meisje in een rolstoel. Een boek zonder helden, maar over echte mensen die leken op mensen die ik kende. Die de foute dingen deden en zegden. Die soms geen raad wisten met de toestand en elkaar pijn deden en dan onbeholpen ‘sorry’ fluisterden. Of ‘sorry’ hadden moeten fluisteren, maar dat niet konden.

Astrid Lindgren vond dat we kinderen niet als idioten moeten behandelen door hen af te schermen van wat lelijk en verdrietig is. Ik stel me voor hoe ze goedkeurend over je schouder meekeek, terwijl je schreef. Die verhalen waarin het soms donker worden, en waarin je het kwade nooit verbloemd.

Ik ben je blijven lezen, ook toen ik de doelgroep van de jeugdliteratuur al lang ontgroeid was. Achter al jouw wervelende woorden, onderhuids, broeit onheil en onvermogen. Als onweer dat rommelt in de verte.

“Onder de oppervlakte stinkt het altijd”, liet jij je ontvallen in een interview. Alles wat ik van jou las, gaat over de dingen die we alleen zien als we ze willen zien. Ik wilde ze heel graag zien.

Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat ik daar op die lelijke roze bedsprei, kromgebogen over jouw boek, voor het eerst begreep wat woorden kunnen. Dat ik nooit zonder woorden zou kunnen.

Dank je Bart, voor de juiste woorden. Ik geef ze door aan mijn kinderen, en hoop dat zij ook willen zien wat onzichtbaar blijft als niemand nog de juiste woorden vindt.

Lees ook: