Onze ongemakkelijke grondrechten

16 september 2016
Iedereen is voor vrijheid. Als u nu de neiging voelt "ik niet" te roepen, bent u mogelijk een fascist, een jihadist, behoort u tot de Noord-Koreaanse elite, of hangt u een of ander exotisch -isme aan dat aan onze aandacht is ontsnapt. In elk geval behoort u tot een kleine minderheid. In doorsnee koesteren wij onze grondrechten omdat die ons de vrijheid garanderen.

Enter Jogchum Vrielink, rechtsantropoloog. Vergis u niet, zegt hij, die basisrechten van ons, vervat in de grondwet, zijn niet bedacht ter bescherming van onszelf, de weldenkende middenmoot.

Want ach, die doorsnee-Belg, die Jan met de pet die wij gemiddeld zijn, gedraagt zich zelden aanstootgevend en heeft dus geen bescherming nodig. De vrijheden van de grondwet zijn er ter bescherming van wie ons ergert. Ze gelden bij uitstek voor hen die wij haten. Want die irritante minderheid moet beschermd worden tegen de neiging van de meerderheid ze te onderdrukken.

Het is dus niet gemakkelijk om vrij te zijn. Je zal je ergeren, je zal gekwetst en beledigd worden. Wie dat niet wil, zal de vrijheid moeten opgeven.

Jogchum Vrielink is rechtsantropoloog aan de Université Saint Louis in Brussel en heeft over onze ongemakkelijke grondrechten vaak gepubliceerd. Die stukken staan nu verzameld in het boek Pro Deo. Zaterdag zit hij aan de Keukentafel

Radio 1 Select