Oostende & Compagnie: een artistieke trip door Oostende

20 mei 2019
De podcast 'Oostende & Compagnie' is een artistieke trip door Oostende in het gezelschap van James Ensor, Léon Spilliaert, Hugo Claus, Leopold II, Henri Storck en Arno.

De gids is Claude Blondeel.  "Als kind bracht ik met mijn familie de vakantie door in Oostende. Op een regendag nam pépé me mee naar het Ensorhuis. Als verwoede lezer van tekenverhalen keek ik verbijsterd naar De intocht van Christus te Brussel. Als jongeling slenterde ik ’s avonds door de Langestraat, staarde naar de cafés met de wilde jongens en de knappe meiden.

Allicht zat mijn toekomstige copain Arno in één van die dancings, maar binnengaan durfde ik niet. Later bracht de rock-’n-roll ons samen. Arno vertelde me over Oostende, over al die personages die daar waren geweest: Permeke, Caruso, Einstein, Stefan Zweig, Marvin Gaye... “Check it out, mate.” 

En ik checkte, deed research, las en schreef Oostende & Compagnie, het boeiende verhaal van kunstenaars, piraten en groten der aarde die niet konden weerstaan aan de lokroep van de Koningin der Badsteden. Oostende als genereuze muze voor schilders en schrijvers."

Er is ook deze podcast. Claude neemt je mee langs historische plekken in Oostende en vertelt verhalen over de belangrijkste figuren uit zijn boek.

De podcast Oostende & Compagnie is gemaakt door Ronald Verhaegen.

Aflevering 1: James Ensor

De meester van Oostende. In de Vlaanderenstraat 27 schildert Ensor bijna al zijn werken, waaronder Christus bedaart de storm (1891), naar een verhaal van Balzac. In Jésus Christ en Flandre ontpopt Hij die Redding brengt zich tot lifeguard van de veerboot uit Cadzand die dreigt te kapseizen. In De Oestereetster (1882) laat Ensor zijn zus Mitche smikkelen van de geneugten op de gedekte tafel, terwijl hij onnavolgbaar met licht en kleur tovert. De wapenspreuk van de kunstenaar: Pro luce nobilis sum - Voor het licht ben ik edel. Shine on, master Ensor.

Aflevering 2: het Kursaal

In het Kursaal komen adel en burgerij om te zien en gezien te worden. Het is de Belle Epoque, Oostende is mondain. Het Kursaalorkest van Léon Rinskopf is vermaard. Camille Saint-Saëns en Johann Strauss dirigeren er hun composities. Enrico Caruso geeft uitverkochte recitals. Na de Tweede Wereldoorlog komt het massatoerisme op. Maar de affiches van het nieuwe Casino-Kursaal blijven wereldklasse: Charles Aznavour, Duke Ellington, Edith Piaf, Art Blakey, Nina Simone en natuurlijk Jacques Brel.

Al langer dan een eeuw is het Bal du Rat Mort één van de hoogtepunten. Een gemaskerd feest waar de geest van Ensor ook dit jaar weer danst.

Aflevering 3: Hugo Claus, Eric De Kuyper en Mathieu Corman 

'Oostende/ Daar is mijn bestaan begonnen te vergaan'. 1948. Hugo Claus is in de ban van Roger Hermans, eigenaar van Hôtel de Londres op de zeedijk. Hij traint in de bokszaal van Theo Van Haverbeke, met de handschoen van zwaargewicht Karel Sys. En, vooral, Claus schrijft zijn debuutroman De Metsiers (1951) in Oostende.

Eric De Kuyper is een man van de wereld en een liefhebber van de zee. Hij komt graag in Oostende en schrijft er mooi over in Aan zee: taferelen uit de kinderjaren (1988).

Mathieu Corman, ten slotte, is nog een literaire hoogvlieger uit Oostende. Avonturier, rebel, journalist, communist. In zijn boekhandel vind je de de juiste boeken in een uniek omslag.

Aflevering 4: Léon Spilliaert en Constant Permeke

'Zo kon hij in Oostende geen pier, geen reling zien, of hij moest aan Spilliaert denken. Gezond kon dat toch niet zijn', schrijft Hugo Claus in Belladonna. De Koninklijke Gaanderijen zijn gebouwd door Leopold II, maar het is Léon Spilliaert die de zuilengang verzekert van een eeuwig leven. Spilliaert groeit op in de familiezaak, een parfumwinkel in de Kapellestraat. Als hij naam begint te maken als schilder, zijn Emile Verhaeren en Stefan Zweig bij de eerste kopers. Zijn marines en stillevens zijn de verbeelding van wat Duitsers unheimlich noemen.

Constant Permeke groeit op in Oostende, verhuist naar Jabbeke en maakt carrière in Sint-Martens-Latem. Maar als zoon van de zee zal hij zijn leven lang een band hebben met Oostende en de vissersbevolking, die hij zo onnavolgbaar schildert.

Aflevering 5: Henri Storck en Raoul Servais

In 1930 wordt de jonge Henri Storck benoemd tot ‘officiële cinegrafist’ van de stad. Beelden van Oostende, Idylle op het strand, Op vakantie... Zijn eerste kortfilms zijn pure reclame. In de jaren 50 ontvangt de Ritz, ‘le cinéma le plus confortable d’Ostende’, de Amerikaanse acteur Richard Widmark. Ciné Palace in de Adolphe Buylestraat is nog zo’n tempel voor de cinefiel. Het is aan Henri Storck te danken dat Oostende een filmstad wordt.

Raoul Servais is ‘de magiër van Oostende’. Hij is een pionier en een reus van de animatiefilm. Staat in 1979 met een gouden palm op het podium in Cannes naast Francis Ford Coppola en Volker Schnlöndorff. Is bang van de zee, maar kan haar niet missen.