Oostfronters

9 februari 2019
Ze gingen het goddeloze communisme bestrijden. Vlaamse jonge mannen sloten zich vrijwillig aan bij het Duitse leger en trokken naar het Oostfront. "De keuze van het Vlaamsche, van héél het Dietsche volk, (...) zal zijn, consekwent, onverbidderlijk: Tegen Moscou!"

Hun keuze is de Oostfronters duur komen te staan: de helft overleefde het krijgsgeweld en de Russische winters niet. Wie levend terugkeerde was lichamelijk en psychisch getekend en moest zich verantwoorden voor de militaire rechtbank. Op wapendracht in dienst van de vijand staat de doodstraf.

Dienstnemen in het leger van de vijand is op zich voldoende grond om streng gestraft te worden. Wat de Vlaamse vrijwilligers aan het Oostfront precies gedaan hadden, werd na de oorlog dus niet juridisch onderzocht. Dat hoefde niet voor een veroordeling en deed dus niet ter zake.

De oorlog in het Oosten was een vernietigingsoorlog. Nazi-Duitsland was op zoek naar Lebensraum: Polen, de Baltische Staten en Oekraine moesten ontvolkt worden en daarna gegermaniseerd. Deportaties, massa-executies waren aan de orde van de dag. Dat zijn oorlogsmisdaden. De betrokkenheid daarbij van Vlaamse Oostfronters is nooit goed onderzocht.

Onze jongens hadden daar niets mee te maken, is het klassieke beeld dat tot vandaag leeft. De Oostfronters streden voor Vlaanderen en tegen het communisme, daartoe opgeroepen door de parochiepriester of een Vlaamsgezinde leraar. Joden zijn ze nooit tegengekomen, van de holocaust hebben ze niets gemerkt. Hun geweten is zuiver.

Frank Seberechts heeft brieven en dagboeken van Oostfronters nagevlooid. Daaruit borrelt een andere, pijnlijke waarheid op. Seberechts heeft daarover Drang naar het Oosten geschreven. Zaterdag zit hij aan de Interne Keukentafel.