"Op mijn nachtkastje liggen geen boeken maar toevallige passanten, kennissen, vrienden en een paar grote liefdes"

3 februari 2017
Wie zijn taal en zijn gedachten wilt verzorgen, leest. En dat heeft filosoof Jean Paul Van Bendegem goed begrepen. Op zijn nachtkastje liggen twee stapels boeken. De ene stapel bestaat uit de boeken waarin hij aan het lezen is, de andere uit wat nog te lezen valt. En daar kijkt hij al ongelooflijk naar uit.

Op mijn nachtkastje liggen boeken, twee stapels boeken om precies te zijn. De ene stapel bestaat uit de boeken waarin ik aan het lezen ben – ik lees gemiddeld drie à vier boeken simultaan – en de andere uit wat nog te lezen valt. Dat zijn de boeken ook waarnaar ik uitkijk.

Op die stapel ligt nu de nieuwste roman van Paul Auster, 4321 geduldig te wachten. Eén van mijn lievelingsauteurs omdat hij een meester is in het regisseren van noodzaak en toeval, van wijsheid en niet willen zien, van hemel en goot. Bovendien een dik boek. Ik weet nu al dat het een lang en aangenaam proces zal worden. Dat is goed. Het betekent dat ik het boek zal leren kennen, het mij langzaam eigen zal proberen te maken, er mij thuis te voelen, op te gaan in de wereld die voor mij geschapen wordt en de mensen die haar bevolken.

Het liefst zou ik er meteen willen induiken maar dat is niet netjes tegenover de andere stapel. Hen heb ik ook leren kennen, een paar zijn al vertrouwde vrienden en kennissen en, toegegeven, eentje zal ik waarschijnlijk nooit meer terugzien. Maar ik doe de moeite om het menu volledig af te werken en niet voortijdig van tafel weg te lopen. Ik ben nu eenmaal netjes opgevoed.

Auster daarentegen is met niets te vergelijken. Van dit boek weet ik dat het weer een feest zal worden, dat ik vertrouwde elementen zal terugvinden, dat het bekend en verrassend zal zijn, dat het soms zal kabbelen, afgewisseld met climaxen. Het openen van het boek is de eerste onderdompeling: de rug die lichtjes kraakt, het aanvoelen van het papier, de geur van de lijm die alles bijeenhoudt. Soms heb ik wel eens de fantasie dat op hetzelfde moment het boek zelf ook met mij kennismaakt. De affaire kan beginnen want daar lijkt het toch op? Dat we met zijn tweetjes tijdelijk iets hebben?

Op mijn nachtkastje liggen geen boeken maar toevallige passanten, kennissen, vrienden en een paar grote liefdes. Naast mij slaapt mijn vrouw, zij heeft ook een nachtkastje.

Jean Paul Van Bendegem